Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

miljard - (109, duizend miljoen)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2018

Miljoenennota

Op de derde dinsdag van september is het sinds 1887 Prinsjesdag, een dag vol parlementaire tradities: de koning leest in de Ridderzaal de Troonrede voor, en vervolgens presenteert de minister van Financiën een geitenleren koffertje. In dat koffertje zit de ‘Miljoenennota’, een overzicht van de kabinetsplannen voor het komende jaar, en vooral: wat ze kosten.
Het is in onze taal sinds zo’n 500 jaar mogelijk grote getallen uit te drukken in miljoenen en miljarden. Eerder was duizend het hoogste getal met een eigen woord. In de oudste vindplaats, uit 1510, wordt miljoen dan ook als volgt toegelicht: “dusent duysent, dat is een millioen.” Dat het nog wennen was aan dit nieuwe telwoord, zien we in het bijbels taalgebruik. Pas in 1637, in de Statenvertaling, wordt in een Nederlandstalige bijbel voor het eerst het woord miljoen gebezigd.

Quadriljoen
Het Nederlands heeft miljoen via het Franse million ontleend aan het Italiaans, waarin het telwoord millione in de veertiende eeuw was gevormd als afleiding van mille ‘duizend’. De Italiaanse uitgang -one heeft een vergrotende betekenis en gaat terug op het Latijnse achtervoegsel -onus/ona, dat eveneens is terug te vinden in patroon (‘beschermheer’, letterlijk ‘grote vader’), matrone (gehuwde vrouw op leeftijd, letterlijk ‘grote moeder’) en ballon (met lucht gevulde bal, letterlijk ‘grote bal’). Etymologisch gezien betekent miljoen dus ‘het grote duizend’.
Voor nog grotere getallen bedacht de Franse wiskundige Nicolas Chuquet in 1484 een reeks oplopende namen. Voor 106, een één met zes nullen dus, nam hij de bestaande naam million. Voor een miljoen miljoen vormde hij met behulp van het Latijnse bis ‘tweemaal’ het nieuwe telwoord billion. Met behulp van de Latijnse telwoorden tri (‘drie’) en quattor (‘vier’) construeerde Chuquet vervolgens tryllion (een miljoen biljoen) en quadrillion (een miljoen triljoen). De Nederlandse telwoorden triljoen en quadriljoen gaan op Chuquet terug, evenals quintiljoen, sextiljoen, septiljoen, octiljoen en noniljoen.
Het telwoord miljard was in Chuquets tijd nog onbekend, hij sprak van ‘duizend miljoen’.

Grap
Rond 1540 is in het Frans uit million het telwoord milliard gevormd. Het achtervoegsel -ard gaat terug op het Germaanse hard ‘sterk, moedig’, dat we tegenkomen in namen als Richard en Bernhard. Het Frans heeft dit element op een heel eigen manier uit het Duits overgenomen. Het komt niet alleen voor in milliard, maar ook in negatieve persoonsaanduidingen als clochard ‘zwerver’ en grognard ‘knorrepot’. Dit Franse gebruik is overgenomen door het Nederlands in inheemse nieuwvormingen als dronkaard, lafaard en gierigaard. Ook miljard is door ons ontleend aan het Frans.
In 1554 werden de telwoorden op -ard door de Franse wis- en taalkundige Jacques Peletier in Chuquets systeem ingepast. Een miljard werd gelijkgesteld met duizend miljoen, en zo ook was een biljard gelijk aan duizend biljoen, een triljard aan duizend triljoen. Het door Chuquet en Peletier ontworpen naamgevingssysteem staat tegenwoordig bekend als de lange schaal. Het raakte in heel Europa in gebruik, behalve in Frankrijk zelf. Daar verkoos men de zogenaamde korte schaal, waarin een biljoen niet gelijk staat aan miljoen maal miljoen, maar aan duizend miljoen. In 1961 stapten de Fransen over op de lange schaal, maar in de Verenigde Staten, die eerder in navolging van Frankrijk de korte schaal hadden ingevoerd, bleef deze gehandhaafd. In 1974 besloten de BBC en de Britse regering de korte schaal in te voeren, om in de pas te lopen met Amerika. Vandaar dat we het Engelse billion in het Nederlands moeten vertalen als miljard.
Bij wijze van grap is in de jaren veertig in het Engels het telwoord zillion bedacht, als expressieve aanduiding voor een bijzonder hoog, maar onbekend aantal. Wij hebben het geleend als ziljoen. Zo stond in de Kampioen van mei 2004: “Je moet wel drie keer kijken naar die flappen die een ziljoen lira of zo waard zijn.”

Onofficiële benaming
Terug naar Prinsjesdag. Het woord miljoenennota komt in gedrukte vorm het eerst voor in een Prinsjesdagverslag in het Algemeen Handelsblad van 19 september 1906: “Nog een nieuwigheid is het vervangen van de jaarlijksche ‘millioenenrede’ door een ‘millioenennota’.” In 1906 was het de eerste keer dat door de minister van Financiën op Prinsjesdag een nota over de financiën van het Rijk werd overlegd. Daarvóór was het gebruikelijk dat de minister het financieel overzicht voorlas. Deze toespraak werd de ‘begrotingsrede’ genoemd en stond ook bekend als de ‘miljoenenspeech’ of ‘miljoenenrede’.
De samenstelling Miljoenennota is in 1906 dus gevormd als variant op bestaande woorden. Het is maar goed dat de aanvankelijk onofficiële benaming is ingeburgerd, anders zouden we het nog steeds hebben over de “Nota betreffende den toestand van ’s lands financiën”.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2015), ‘Miljoenennota’, in: Onze Taal 9, 253]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

miljard telw. ‘109, duizend miljoen’
Vnnl. milliart ‘duizend miljoen’ [1578; Kool].
Ontleend aan Frans miliart ‘id.’ [1544; TLF] en nog eerder in de vorm milliares (mv.) [1538; TLF]. Het woord is al iets eerder geattesteerd in een middeleeuws-Latijnse vorm milliartum [1514; OED3]. Het Franse woord is gevormd uit million (zie → miljoen) met vervanging van het achtervoegsel door -ard, zie → aard.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

miljard [duizend miljoen] {1872, vgl. miljart [biljoen] 1578} < frans milliard, afgeleid van million met het achtervoegsel -ard dat een versterkende functie had en in het fr. is overgenomen uit het germ. (nederlands hard, hoogduits hart etc.). Het woord is twee maal geleend, de eerste keer in de betekenis ‘biljoen’, die het fr. woord tot 1558 had (vgl. biljoen2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

miljard znw. o., eerst laat-nnl. < fra. milliard (sedert de 16de eeuw) < prov. milhar ‘een vol duizend’ < lat. milliārium ‘een duizendtal’. Daar dit milhar met mille in verband gebracht werd, ging het een ‘groot duizend’ betekenen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

miljard (Frans milliard)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Milliard (< Fr. milliard), in de betekenis 109 ingevoerd door Trenchant (1558).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

miljard ‘telwoord’ -> Indonesisch milyar ‘telwoord’; Madoerees milyar ‘telwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

miljard telwoord 1872 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut