Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mijn - (plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mijn 2 zn. ‘groeve; bom’
Mnl. eerst het ww. mineren ‘een onderaardse gang graven’ in dus so waendi mineren ‘op die manier dacht hij een gang te graven’ [1285; VMNW], dan het zn. mine ‘ertsader, metaalerts’ in zilver ofte loot ofte ander mine [midden 14e eeuw; MNW]; vnnl. mijne ‘ertsgroeve, onderaardse gang’ [1567; Nomenclator, 400a], myn, mijn ‘gat of gang waar ontplofbare stof wordt ingegraven om een versterkte plaats op te blazen’ in nocht mijn nocht storm en zalz' aen 't glijen krijgen ‘noch ondermijning, noch stormloop zal hem doen wankelen’ [1625; iWNT], dan ook mijn ‘ontplofbare stof in zo'n gat of gang’ in de mijnen laten springen [1687; iWNT]; nnl. mijn ‘toestel met ontploffingsmiddelen in vaarwater’ [1906; WNT], ‘landmijn’ [1950; Van Dale].
Ontleend aan Frans mine ‘gegraven gang of gat om iets met springstof op te blazen’ [1578; TLF], eerder al ‘tijdens belegering gegraven gang onder verdedigingswerken’ [eind 14e eeuw], eerder ook al ‘erts, mineraal’ [1300; TLF] en ‘groeve waar zich mineralen, ertsen bevinden’ [ca. 1220; TLF]; dit woord mine is ontleend aan een Gallisch woord *mina of *meina ‘ruwe erts, metaalerts’. Het ww. mineren is ontleend aan Frans miner ‘gangen, loopgraven, mijnen graven’ [ca. 1200; TLF], afgeleid van mine; ook middeleeuws Latijn minare ‘id.’ komt voor, dat niet teruggaat op een klassiek-Latijns woord, maar eveneens is gebaseerd op het Gallisch.
Naast Gallisch mina Oudiers méin, mían ‘erts, metaal’ (Iers mein); Welsh mwyn ‘erts, mijn’; < Proto-Keltisch *mēni- ‘mineraal, metaal’.
De betekenis ‘erts, mineraal’ komt na de Vroegnieuwnederlandse periode niet meer voor. De betekenis ‘gat met springstof’ is opnieuw aan het Frans ontleend. De betekenis ‘ontplofbare zeemijn, landmijn’ is ontleend aan het Engels, waar mine ook ontleend was aan het Frans, en waar een betekenisontwikkeling had plaatsgevonden van mine ‘gang of gat met springstof’ [18e eeuw; OED] via ‘lading springstof in zo'n gang of gat’ [1844; OED] naar ‘toestel dat bij aanraking ontploft’, en wel eerst ‘zeemijn’ [1862; OED], dan ook ‘landmijn’ [1890; OED].
Bij de betekenis ‘gang die wordt gegraven onder verdedigingswerken’ is de afleiding ondermijnen ontstaan, eerst in de letterlijke betekenis ‘ondergraven’ [1625; WNT], dan ook figuurlijk ‘aantasten, tornen aan’ [1776; WNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mijn2 [plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden] {mine 1376-1400} < oudfrans mine, uit het kelt., vgl. gaelisch mein, welsh mwyn [erts].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mijn 1 znw. v., mnl. mîne v. ‘metaal, ertsader’ (wellicht ook reeds ‘ertsgroeve’) < fra. mine < gallo-rom. *mīna een collectief van gall. *mīnī < *mēnī, vgl. iers mein ‘erts’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mijn I znw., mnl. mîne v. “metaal, ertsader”, misschien ook reeds “mijngroeve”. In deze bet. echter is ’t woord later dan in de andere uit fr. mine (van onzekeren oorsprong. Kelt.?) ontleend. Hieruit ook nhd. mine v. (sedert ± 1600), eng. mine “mijn”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mijn 3 v. (uitholling), gelijk Hgd. mine, Eng. mine, uit Fr. mine: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1myn s.nw.
1. Uitgrawing ondergronds vir die ontginning van delfstowwe, edelgesteentes, ens. met gebruikmaking van tonnels en skagte, of die onderneming hiermee gemoeid of aanleg waar dit plaasvind. 2. Omvangryke bron.
Uit Ndl. mijn (al Mnl. in bet. 1, 1871 in bet. 2).
Ndl. mijn uit Oudfrans mine, wsk. uit Kelties.

2myn s.nw.
1. (militêr) Ondergrondse gang met ontplofbare stowwe. 2. Toestel met plofstof, ontwerp om te wond, te dood of skade aan te rig wanneer dit ontplof.
In bet. 1 uit Ndl. mijn (1642). In bet. 2 wsk. uit Eng. mine (1880).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

myn I: s.nw., “uitgrawing i.v.m. delfstowwe”; Ndl. mijn (Mnl. mīne, “ertsaar, metaal”), Hd. mine, Eng. mine, Fr. mine, verb. m. Ie. mein, “erts”, onseker.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mijn (Frans mine)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mijn ‘plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden’ -> Zweeds min ‘plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden’.

mijn ‘zeemijn, met explosieve stof gevuld drijvend voorwerp’ -> Makassaars meng ‘zeemijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mijn plaats waar kolen, ertsen opgegraven worden 1376-1400 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut