Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

migreren - (van de ene plaats naar een andere verhuizen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

migreren ww. ‘van de ene plaats naar een andere verhuizen’
Vnnl. migreren ‘verhuizen’ [1553; Van den Werve]; nnl. migreren ‘verhuizen naar een andere streek of een ander land’ [1847; WNT Aanv.], ‘trekken (van vogels)’ [1914; WNT Aanv.].
Ontleend aan Latijn migrāre ‘ergens heen gaan’. Ontlening aan Frans migrer is onmogelijk, omdat dat werkwoord niet voor 1876 is aangetroffen.
Latijn migrāre is verwant met Grieks ameíbein ‘verwisselen’ (zie → amoebe); < pie. *h2m(e)igw- (LIV 279). Mogelijk een uitbreiding van de wortel *mei- (op grond van deze verwantschap dus eigenlijk *h2mei-) ‘verwisselen, verplaatsen’ (LIV 426), waaruit o.a.: Sanskrit mayante ‘afwisselen’; Lets mît ‘verwisselen’; Oudkerkslavisch minǫti ‘passeren, voorbijgaan’ (Russisch minút'). Mogelijk is → mijden verwant.
migrant zn. ‘iemand die naar een andere streek verhuist’. Nnl. migrant ‘id.’ in [Hij] bepleit ... opvoeding tot migrant al op de lagere school als deel van het onderwijs [1930; Vaderland], ‘id. naar een ander land’ [1956; WNT Aanv.]. Ontleend aan Engels migrant ‘volksverhuizer’ [1760; ODEE], dat ontleend is aan Latijn migrāns (genitief -antis), het teg.deelw. van migrāre, of in het Nederlands gevormd op basis van het werkwoord migreren met het achtervoegsel -ant ‘persoon of zaak die iets doet’. Ook hier is ontlening aan Frans migrant onwaarschijnlijk, omdat dat als zn. voor het eerst in 1961 wordt aangetroffen [TLF]. Immigrant is een eufemisme voor het begrip ‘werknemer uit mediterraan land’. ♦ migratie zn. ‘verhuizing’. Nnl. migratie ‘verhuizing’ [1658; Meijer], ‘het trekken (van vogels)’ [1847; Kramers]. Ontleend aan Frans migration ‘volksverhuizing’ [1495; BvW], ontleend aan Latijn migrātiō ‘verhuizing’, afgeleid van migrāre.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

migreren [trekken] {1650} < latijn migrare [verhuizen].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

migreren trekken 1650 [MEY] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal