Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mierenneuker - (pietluttig persoon)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

mierenneuker: pietluttig persoon; haarklover; vitter; perfectionist; pietje* precies. Vgl. ook puntenneuker*. Medio 2005 besliste een politierechter in Alkmaar dat men iemand (in dit geval een parkeerwachter) ongestraft mocht uitschelden voor mierenneuker. De grote Van Dale gaf hem hierin gelijk want in de dertiende editie (uit 1999) krijgt het woord niet het label ‘beledigend’ maar ‘informeel’.

De woorden mierenneuken en mierenneuker komen niet voor in het WNT en ook niet bij Stoett (die wel muggenzifter geeft). Mierenneuker wordt daarentegen wel vermeld in het Bargoens Woordenboek van Enno Endt (1974). De uitleg luidt: ‘scheldwoord, bv. voor pietluttig persoon’. Endt geeft geen verdere herkomstverklaring maar wel het synoniem kanarieneuker. Wellicht kunnen we het ontstaan van het scheldwoord situeren tussen eind jaren dertig en 1974 (vermelding Endt). Vgl. het Franse invectief enculeur de mouches, volgens de ‘Dictionnaire de l’argot’ (Larousse) al opgetekend in 1930. Een verwante Franse uitdrukking uit 1690 is: faire querelle sur un pied de mouche, waarbij pied de mouche slaat op minuscule en slecht leesbare krabbels. Een Bargoens woordenboek uit 1937 (De Gabbertaal) vermeldt mierenneuker niet maar wel een voorloper: mierenslikker. De uitleg hier: ‘iemand die niet over kleinigheden heen komt’. Mocht mierenneuker in die periode gebruikt zijn dan had de auteur het ongetwijfeld vermeld. Vandaar de datering ergens tussen 1930 en 1974.

Jij verdomde miereneuker, hier met die rotzooi! (Willem Brakman, Come-back, 1981)
Ik ben meer een vlo, die heen en weer springt dan een mierenneuker. Niet diep graven, maar wel in de breedte belangstelling hebben. (Het Parool, 16/12/1992)
Ik zal jullie nog eens ergens mee naar toe nemen, stelletje miereneukers! (Gerdy van der Stap, Nestspel, 1994)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mierenneuker* pietluttig persoon 1984 [GVD]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal