Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

micro- - (voorvoegsel om aan te duiden dat het object uit kleine zaken bestaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

micro- voorv. ‘klein-; een miljoenste’
Vnnl. als eerste lid in wetenschappelijke neologismen, bijv. microcosmus ‘kleine wereld’ [1654; Meijer], microscoop ‘optisch vergrotingsinstrument’ als in gesien ... door een microscope [1675; WNT auteur]; nnl. micrometer ‘meetinstrument voor zeer kleine afmetingen’ [1763; WNT micrometer], mikrophoon, oorspr. ‘toestel tot het waarnemen van hoogst zwakke tonen’ [1864; Calisch], micrometer ‘meettoestel voor kleine zaken’ [1763; WNT Aanv. micrometer], later ‘één miljoenste meter’ [1950; Van Dale].
Internationaal voorvoegsel, gebaseerd op Grieks mīkrós ‘klein, zacht (van geluid), kort’.
In klassiek Grieks bestonden slechts enkele samenstellingen met mīkro-, zoals mīkromerḗs ‘uit kleine delen bestaand’. Geen van deze samenstellingen is overgenomen in de moderne talen. Uit het middeleeuws Latijn stamt het filosofische begrip microcosmos ‘de wereld in het klein; de mensenwereld’ en pas sindsdien wordt micro- in het Neolatijn en in de moderne talen gebruikt als productief wetenschappelijk voorvoegsel met de betekenis ‘klein, kort, kleinschalig e.d.’. Het tegengestelde voorvoegsel is → macro-. In niet-wetenschappelijke woorden is → mini- gebruikelijker, maar soms wordt micro- gebruikt in de betekenis ‘super-mini’, bijv. in microrokje [1968; Soester Courant].
Micro- ‘een miljoenste’ is in 1968 aangenomen als officieel voorvoegsel in het standaardeenhedenstelsel. Dit gebeurde naar het voorbeeld van de micrometer ‘een miljoenste meter’ (al Engels micrometre [1880; OED]) en het zeer gebruikelijke synoniem micron.
micron zn. ‘één miljoenste meter’. Nnl. micron ‘id.’ [1894; WNT Aanv.]. Internationaal neologisme, sinds 1879 een officiële maat en wrsch. in 1869 (OED3) als Duits Mikron geïntroduceerd door de Duitse wiskundige Johann Benedict Listing (1808-1882). Het is ontleend aan Grieks mīkrón, het gesubstantiveerde onzijdige bn. mīkrós ‘klein’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

micro- [voorvoegsel om aan te duiden dat het object uit kleine zaken bestaat] {in bv. microwereld 1973} < grieks mikros [klein].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

micro- (Grieks mikro-)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Micro- (< Gr. μικρός (mikros) = klein). Eerste lid in samenstellingen met de genoemde betekenis.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Micro- (Gr. μικρός (mikrós) = klein). Eerste lid in samenstellingen: 1. met de betekenis: klein; 2. met de namen van eenheden, om het millioenste deel van die eenheden aan te geven.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Micro . . . beteekent in samenstellingen klein (naar ’t Gr.: mikros) bijv. microscoop = de kijker van ’t kleine (evenals telescoop = de kijker van ’t verre), microkosmos = de wereld van ‘t kleine.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

micro- ‘voorvoegsel om aan te duiden dat het object uit kleine zaken bestaat’ -> Indonesisch mikro- ‘voorvoegsel om aan te duiden dat het object uit kleine zaken bestaat’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut