Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meubel - (stuk huisraad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

meubel zn. ‘stuk huisraad’
Mnl. meubel, muebel, moebel (bn.) ‘roerend, verplaatsbaar’, vrijwel altijd in de verbinding meubel ende onmeubel ‘roerend en onroerend (goed)’, bijv. in huus ende herue ende land moebel ende onmoebel ‘huis en grond en land, roerend en onroerend goed’ [1291; VMNW]; vnnl. meuble goedinghen [1545; Stall.], meuble goedinghe ‘roerende goederen’ [1562-92; MNW], ook zelfstandig gebruikt in eenig meubele; meuble ofte cathevl ‘gerei, stuk huisraad’ [1558; Stall.], Peerden, Wagenen, Koeyen, Beesten of eenige andere Meublen ‘paarden, wagens, koeien, beesten of enig ander roerend goed’ [1586; WNT], dan alleen nog het zn. meubel ‘voorwerp voor huiselijk gebruik’ in haer' vingerhoed ... het kokertjen ... meubeltjens ‘haar vingerhoed, het kokertje, spulletjes’ [1656; WNT]; nnl. meubel ‘stuk huisraad om kamers mee te meubileren, zoals tafel, bank, enz.’ in Meubilen die na die Plaatsen tot het houden van haar verblyf zullen werden gebragt ‘Stukken huisraad die naar die plaatsen zullen worden gebracht voor hun verblijf aldaar’ [1754; WNT].
Ontleend aan Frans meuble ‘(stuk) huisraad’ [1530; TLF], eerder al ‘waardevol voorwerp’ [1360-70; TLF], zelfstandig gebruik van het oudere bn. moebles ‘goed verplaatsbaar’ [ca. 1165; TLF], dat bestond naast middeleeuws Latijn mobile ‘roerend goed’. Dit is ontwikkeld uit Laatlatijn res mobiles ‘roerende zaken’, waarin mobiles het mv. is van klassiek Latijn mōbilis ‘verplaatsbaar’, zie → mobiel 1 ‘beweeglijk, verplaatsbaar’, en waarin rēs het mv. is van rēs ‘ding, belang, aangelegenheid’, zie → realiseren. De betekenis ‘stuk huisraad’ is in de Vroegnieuwnederlandse periode opnieuw aan het Frans ontleend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meubel [stuk huisraad] {meubel, mobel [tilbaar, roerend, als zn. huisraad] 1240} < frans meuble [idem] < latijn mobilis [beweeglijk, beweegbaar] (vgl. mobiel). Vergelijk voor de betekenis roerende en onroerende goederen, eigenlijk: verplaatsbare en onverplaatsbare, vaste goederen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meubel znw. o., mnl. meubel, mōbel ‘tilbaar, roerend; huisraad’ < fra. meuble > lat. mobile n. ‘roerend goed’, substantivering van mobilis ‘bewegelijk’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

meubel znw. o. Oudnnl. meubel bnw. f. “beweegbaar” zou desnoods uit lat. mobilis “id.” ontstaan kunnen zijn, wsch. echter gaat het evenals het reeds mnl. znw. mobel (ȫ) op ofr. mueble (dial. moble; fr. meuble) terug, dat ook als znw. voorkomt. De fr. vorm wijst op vulgairlat. mǒbilis, andere rom. vormen op môbilis.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

meubel o., uit Fr. meuble, van Lat. mobile, zelfst. gebr. onz. bijv.nw. mobilis = beweegbaar, roerend, van movere = bewegen.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

meubel: (meestal voorafgegaan door lastig) ongemakkelijk, knorrig of lastig persoon. Vroeger zei men ook: een moeilijke pispot (o.a. in het werk van Huygens).

Xantippe, die als een heel lastig meubel uitgekreten wordt. (A. Fokke Simonsz., Verzameling der Werken van A. Fokke Simonsz. 12 dln, 1830-1835)
‘Je rekent dus de doven zo’n beetje onder de lastige meubels! Originele opvatting!’ zeg ik, driftig wordend. (F.J. de Clercq Zubli, De blijde stilte, 1937)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

meubel (Frans meuble)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Meubel, van ’t Fr. meuble en dit van ’t Lat. mobile = beweegbaar, roerend (goed).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

meubel ‘stuk huisraad’ -> Indonesisch mébel ‘stuk huisraad’; Javaans mèbel ‘stuk huisraad’; Madoerees mèbel ‘stuk huisraad’; Sranantongo meibri ‘stuk huisraad’; Surinaams-Javaans mébel ‘stuk huisraad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meubel stuk huisraad 1652 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut