Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meteoor - (lichtverschijnsel in het heelal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

meteoor zn. ‘lichtverschijnsel in het heelal’
Vnnl. meteora ‘verhevelingen’ [1654; Meijer], meteoor ‘lichtverschijnsel aan de hemel’ in velerhande slach van gewemelte, Meteoren &c. ‘velerlei wemelende sterren, meteoren, enz.’ [1668; WNT Aanv. generatie], lumineuse meteoren ‘lichtende meteoren’ [1698; WNT zon].
Ontleend, via Frans meteore [1585; TLF], ouder metheores ‘verschijnsel aan de hemel’ [ca. 1270; TLF] (Nieuwfrans météore), aan het middeleeuws-Latijnse meteora (mv.), dat op zijn beurt is ontleend aan Grieks tà metéōra ‘de verschijnselen aan de hemel’, het meervoud van metéōron ‘verschijnsel aan de hemel’. Dit woord betekent letterlijk ‘iets wat zich in de hoogte bevindt of voordoet’ en is de onzijdige vorm van het bn. metéōros ‘aan de hemel, zich in de hoogte bevindend’, een afleiding van metaírein ‘verheven’, gevormd uit meta- ‘over, aan de andere zijde van’, zie → meta- en aírein ‘omhoog brengen’ dat van onbekende herkomst is.
Een meteoor of vallende ster is een lichtverschijnsel, veroorzaakt door verbranding in de dampkring van uit de ruimte afkomstige brokken steen; als een dergelijk brok steen de aarde bereikt, heet het een meteoriet, zie onder.
meteoriet ‘uit de ruimte afkomstige brok steen’. Nnl. meteoriet ‘steenbrok die op aarde is gevallen’ [1865; WNT]. Ontleend aan Engels meteorite [1824; OED], wrsch. door de Amerikaanse natuurkundige en astronoom Denison Olmsted gevormd uit Engels meteor met de uitgang -ite, corresponderend met Latijn -ita (< Grieks -itēs), in het Nederlands -iet, dat in de geologie gebruikt wordt voor namen van gesteenten en ertsen, zoals ook in bauxiet.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meteoor [verschijnsel in dampkring] {1778} < frans météore < middeleeuws latijn meteora (mv.) < grieks meteōron (enk.), zelfstandig gebruikt o. van meteōros [omhoog getild, hoog in de lucht], van meta [naar het midden van, tussen] + airein [optillen, omhoog zwaaien].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Meteoor (< Gr. μετέωρος (meteooros) = mee opgetild, hoog in de lucht; spec. verschijnselen aan de hemel en in de atmosfeer). Vallende ster; steen die uit de wereldruimte op de aarde of op een ander hemellichaam terecht komt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

meteoor ‘verschijnsel in de dampkring’ -> Indonesisch météor ‘verschijnsel in de dampkring’; Papiaments meteor ‘verschijnsel in de dampkring’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meteoor verschijnsel in dampkring 1778 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut