Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

metaal - (klasse van elementen die als delfstof voorkomen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

metaal zn. ‘klasse van elementen die als delfstof voorkomen’
Mnl. metal ‘metaal; legering van zilver en goud’ [1240; Bern.], lauoren ... ghegoten van metale ‘wasbekkens van gegoten metaal’ [1285; VMNW], metael ‘koper?’ in c. pont copers ofte metael ‘100 pond koper’ [1288-1301; VMNW].
Ontleend aan Oudfrans metal ‘metaal’ [ca. 1100; TLF] (Nieuwfrans métal), dat een geleerde ontlening is aan Latijn metallum ‘metaal, delfstof; mijn, steengroeve’; dit woord is zelf ontleend aan Grieks métallon ‘metaal, erts’, oorspr. ‘mijn, steengroeve, groeve waar naar mineralen wordt gezocht’, wrsch. een terugvorming bij het ww. metalleúein ‘delven, houwen, graven naar’, een technische term van verder onbekende herkomst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

metaal [groep elementen] {meta(e)l 1201-1250} < oudfrans metal < latijn metallum [mijn, erts, metaal] < grieks metallon [mijn, vooral die van metalen, ook bij belegeringen], mogelijk uit het semitisch, vgl. hebreeuws məṣūlā [diepte], oegaritisch mṣlt [bron], akkadisch ṣalālu [gaan liggen, gaan slapen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

metaal znw. o., mnl. metael, matael, motael enz. < ofra. metal > lat metallum. De rekking van de klinker vinden wij ook in woorden als kasteel, houweel en vgl. mnl. kerstael ‘kristal’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

metaal znw. o., mnl. metael (e.a.. dgl. vormen) o. Uit ofr. metal, fr. métal ( > lat. metallum). Ook in andere talen overgenomen. Vgl. voor de ā bij kristal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

metaal o., Mnl.id., uit Fr. métal, van Lat. metallum, van Gr. métallon = mijn, metaal, van metallãn = opzoeken.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

metaal (Frans métal)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Metaal (Lat. metállum = mijn, erts; Gr. μέταλλον (métallon) = ertsmijn, bij sommigen ook: erts, metaal; Plinius (23—79) leidt het af van μεταλλᾶν (metallân) = onderzoeken, doorvorsen).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

metaal ‘groep elementen’ -> Indonesisch métal ‘groep elementen’; Madoerees metal ‘groep elementen’; Sranantongo meitâl ‘groep elementen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

metaal groep elementen 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal