Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mesuus - (dial.)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

mesuze zn. v.: misslag, misstap, vergissing. Wvl. mesuus ‘misbruik’. Vnnl. mesus ‘misbruik, misstap’ (Kiliaan). Ofr. mesus, Fr. ww. mésuser ‘verkeerd gebruiken, misbruik maken van’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

mesuze, mesuus misstap (Zeeland). = mnl. misuus ‘slechte daad’ « ofra. mesus ‘misbruik, misdaad’, of ss. van aan fra. ontleend us ‘thans: mv. zeden, gewoonten’ met het nl. voorvoegsel mis.
Ghijsen 585, Mnl Wb IV 1744, De Bo 602.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

mesuus (DB), zn. o.: misbruik. Vroegnnl. mesus ‘abusus, delictum’ (Kiliaan). Fr. mésus < mésuser ‘misbruiken, verkeerd gebruiken’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal