Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

merken - (een merkteken geven; waarnemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

merken ww. ‘een merkteken geven; waarnemen’
Onl. merken ‘bemerken, opmerken’ in thaz eyno is auor ze merchene ‘dit ene moet echter opgemerkt worden’ [ca. 1100; Will.]; mnl. merken ‘vernemen, kennis nemen van, inzien, bemerken’ in mag men doget merken uan sente Seruases werken ‘men kan de deugdzaamheid waarnemen van de werken van Sint Servaas’ [1200; VMNW], so dat ... hi oc ... merken moge ‘zodat hij ook kennis kan nemen van ...’ [1236; VMNW], merken ‘van een merkteken voorzien’ [1240; Bern.], ‘onthouden, noteren’ in mercten den tijt ‘hielden bij hoeveel tijd er verstreek’ [1276-1300; VMNW], ‘bemerken, begrijpen’ in doe merkdense wale dat hi ... ‘toen zagen ze duidelijk dat hij ...’ [1291-1300; MNW].
Afleiding van → merk ‘merkteken’. De oorspr. betekenis ‘van een merkteken voorzien, met een teken aangeven’ breidde zich via ‘door het aanwezig zijn van een merkteken gemakkelijk kunnen waarnemen’ uit tot ‘opmerken, waarnemen’.
Mnd. merken, marken; ohd. merken (mhd. merken, mhd. marken); oe. mearcian (ne. mark); ofri. merka, merkia (nfri. merke); on. merkja (nzw. märka); < pgm. *mark-jan, afleiding van *mark-, zie → mark.
In de betekenis ‘van een merkteken voorzien’ gebruikt men in plaats van merken ook het uit het Frans ontleende → markeren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

merken* [van een teken voorzien, gadeslaan, opletten] {1201-1250 in de betekenis ‘tekenen, merken, onderzoeken, letten op, gewaarworden’} middelnederduits, oudhoogduits merken, oudnoors merkja, naast oudsaksisch markon, oudhoogduits marchon, oudfries merkia, oudengels mearcian (engels to mark), oudnoors marka; afgeleid van merk.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

merken ww. mnl. merken ‘van een teken voorzien, opletten, onderzoeken, begrijpen, beschouwen’, ohd. mnd. merken, on. merkja < germ. *markian; daarnaast os. markon, ohd. marchōn, ofri. merkia, oe. mearcian (ne. mark), on. marka. — Afl. van merk.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

merken ww., afl. van merk, mnl. merken “van een teeken voorzien, gadeslaan, opletten, onderzoeken, letten op, gewaarworden, begrijpen, beschouwen als”. = ohd. (nhd.) mnd. merken, on. merkja, waarnaast ohd. marchôn, os. markon, ofri. merkia, ags. mearcian (eng. to mark), on. marka, die deels ook een zeer uitgebreide bet.-sfeer hebben.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

mèrke (ww.) merken, waarnemen; Vreugmiddelnederlands merken <1100>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2merk ww.
1. Van merke voorsien. 2. 'n Spoor agterlaat. 3. Nasien.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. merken (1581 in bet. 1, 17de eeu in bet. 2 (tans onbekend)), 'n afleiding van die s.nw. merk (sien 1merk). Bet. 3 is 'n leenbetekenis van Eng. mark.

3merk ww.
1. Waarneem, let op. 2. Bemerk, opmerk, agterkom.
Uit Ndl. merken (ongeveer 1600 in bet. 1 (tans bykans verouderd), 1642 in bet. 2 (in die bet. 'opmerk' kom Ndl. merken nog in die spreektaal voor)).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Merken, letterlijk: iets met een merk aanduiden; vandaar: opmerken, bespeuren, gadeslaan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

merken ‘van een teken voorzien’ -> Negerhollands merk, merǝk ‘van een teken voorzien’; Sranantongo marki ‘van een teken voorzien’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

merken* van een teken voorzien, gadeslaan, opletten 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut