Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mep - (harde klap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mep zn. ‘harde klap’
Nnl. mep ‘klap, oorvijg’ in Hy liep gevaar, om van my een ouwerwetze mep te beloopen [1787; WNT].
Klanknabootsend woord.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mep* [klap] {1787} klanknabootsende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mep znw. m., met het ww. meppen zijn klankwoorden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mep znw., eerst later-nndl. Onomatopoëtisch.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mep m., onomat.; verg. lep 1.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mep ‘klap’ -> Duits dialect Mäpp ‘klap, grap’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mep* klap 1787 [WNT]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

mep: de volle —, informeel voor ‘het volledige bedrag’.

Het jaar daarop is de subsidie nul en draait de ondernemer op voor de volle mep. (Elsevier, 25/01/97)
Dat Microsoft en WordPerfect zich de woede op diezelfde hals halen van de kopers, die onlangs nog voor de volle mep winkelden, dat spreekt voor zich. (Computer! Totaal, februari 1997)
De plek waar ze te koop zijn, verschilt: de volle mep-cd bij de platenzaak en de tientjesvariant overal — bij de drogist, de boekhandel, de kledingwinkel, de HEMA, de benzinepomp, de supermarkt, de schoenenwinkel, en nu ook de fietsen, bij Halfords. (Elsevier, 14/06/97)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1502. Iemand een mep geven,

d.i. iemand een slag geven; zie o.a. Bouman, 67; Boekenoogen, 705 (opmepper(d); V. Schothorst, 171; Gunnink, 168; Molema, 261 b; Fri. Wdb. II, 153 b en vgl. Br. v. Abr. Bl. I, 264: Wel kyk, hij liep gevaar, om van my een ouderwetze mep te beloopen; C. Wildsch. VI, 114: Toen ik nog meppen en oorvijgen aan de jongens uitdeelde; Falkl. VI, 173; Menschenwee, 115; Speenhoff, I, 121; Het Volk, 3 Maart 1914, p. 6 k. 2; 2 April 1914, p. 2 k. 2: Vliegen gaf den anti-revolutionairen professor een paar rake meppen, waarna deze sputterend afdroop. Men houdt dit woord voor een klanknabootsingFranck-v. Wijk, 424; vgl. een kink, een pats, een klap, enz. eveneens klanknabootsingen.. Hiervan afgeleid is een ww. meppen, slaan, o.a. Jord. 127; 133; 369; Jong. 115; Boefje, 60; 114; Köster Henke, 44: meppen, beetnemen, stelen (evenzoo Teirlinck, Barg. 45); Menschenw. 19: Toen had hij d'r een opstopper tegen d'r snoet gemept; bl. 136; 175; Jord. II, 87: Zij mepte haar korte woorden er uit alsof ze steenen wierp. Vroeger beteekende meppen ook drinken, zuipenDe Jager, Frequ. II, 100; Ndl. Wdb. IX, 572. (vgl. 'm raken), zooals nog in Noord-Holland (zie Bouman, 67), dus hetzelfde als feppen, dat ook een onomatopae is; vgl. no. 569. In Groningen gebruikt men ‘meppen’ voor een' knikker rechtstreeks met een anderen knikker van boven raken (Molema, 320 b). Syn. is o.a. knurf (Jord. II, 326) en seen (Jord. II, 429).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal