Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

menigvuldig - (talrijk)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

menigvuldig bnw. mnl. mēnichvoudich, mēnichvuldich, afgeleid van mēnichvout, onfrank. manohfalt, os. managfald, ohd. managfalt, owfri. manichfald, oe. monigfeald, got. managfalþs een woord, dat gevormd is naar lat. multiplex.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

menigvuldig bnw., mnl. mēnichvoudich, -vuldich. Een ook du. afl. van mnl. mēnichvout (d), onfr. manohfalt, ohd. managfalt, os. managfald, owfri. manichfald, ags. monigfeald, got. managfalþs “menigvuldig”. Vertaald naar lat. multi-plex.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut