Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

menie - (oranjerode roestwerende verfstof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

menie zn. ‘oranjerode roestwerende verfstof’
Mnl. eerst minie ‘vermiljoen, scharlaken kleur’ [1240; Bern.], dan menie ‘rode verf’ in XIIII ponden menier (lees menie) ‘14 pond menie’ [1378; MNW], lootwit, meny ..., parijs root ‘loodwit, menie, Parijs rood’ [1449; MNW]; vnnl. mijnie, minie, menie ‘rode verf’ [1599; Kil.]; nnl. menie ‘roestwerende rode verfstof’ [1848; WNT].
Ontleend, al dan niet via Middelfrans miniem ‘vermiljoen, zwavelkwik’ [14e eeuw; TLF], ouder mine ‘id.’ [ca. 1200; TLF] (Nieuwfrans minium ‘rode verfstof’), aan Latijn minium ‘natuurlijke zwavelkwik’; dit werd uit Gallicië geïmporteerd. De verdere herkomst van dit woord is onduidelijk, maar wrsch. is het een Iberisch substraatwoord. Zie ook → miniatuur.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

menie [rode verfstof] {menie, minie 1378} middelnederduits minie, oudhoogduits minig (hoogduits Mennige) < latijn minium [vermiljoen], dat ook voorkomt in het tweede deel van karmijn.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

menie znw. v., mnl. menie, meny, evenals mnd. minie, menie, menige, laat-ohd. mini g o. (nhd. mennig) > lat. minium ‘bergrood, vermiljoen’, dat de Romeinen uit Spanje bekend was geworden (het woord is iberisch en behoort bij de riviernaam Minius, nu Minho ‘rode rivier’). Nog in de ME. betekende het woord ‘rood zwavelkwikzilver’, eerst later ‘rood loodoxyde’. — Zie ook: miniatuur.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

menie znw., mnl. mēnie, mēny. — laat-ohd. minig o. (nhd. mennig m.), Teuth. meny, mnd. minie, mēn(i)ge (waaruit de. mɸnje, zw. mönja) “menie”. Uit lat. minium “menie”. De vorm minie bij Kil. berust op hernieuwde ontl. van lat. minium. Kil. vermeldt ook mijnie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

menie v., Mnl. minie, gelijk Hgd. mennig, uit Lat. minium, een Iberisch w.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

menie: – (in sk. gew.) minie (bv. rooiminie) – , rooilood; Ndl. menie (Mnl. menie/meny), Hd. mennig, Eng. minium, uit Lat. minium, “bergrooi”, hou verb. m. riviem. Minho, “rooirivier”, in die Middeleeue nog “rooi swaelkwik”, later “rooi loodoksied”, vgl. miniatuur.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

menie (Latijn minium)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Menie, van ’t Lat. minium = roode verfstof.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

menie ‘rode verfstof’ -> Deens mønje ‘rode verfstof’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors mønje ‘rode verfstof’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds mönja ‘rode verfstof’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins mönjä ‘rode verfstof’ ; Indonesisch méni ‘rode verfstof’; Japans † menī ‘rode verfstof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

menie rode verfstof 1378 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut