Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

melig - (droog en korrelig; flauw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

melig bn. ‘droog en korrelig; flauw’
Mnl. melich ‘meelachtig, van meel’ [1477; Teuth.]; nnl. melig ‘uit meel bestaand’, ook gezegd van iemands gezicht, in Hy had zo iets meeligs ... dat ik om de maandag niet dulden kan ‘hij had zoiets meligs, dat ik op maandag niet kan verdragen’ [1787-89; WNT], ‘niet fris, onwel, flauw’ in Ik ben niet meelig, of niet smikkig [1721; WNT].
Afleiding van → meel met het achtervoegsel → -ig.
Het woord is vooral frequent in de overdrachtelijke betekenis ‘flauw, zouteloos’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

melig* [uit meel bestaand, flauw] {1717} afgeleid van meel.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

melig* flauw 1721 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut