Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

melde - (volksnaam of oude naam voor melganzevoet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

melde zn. ‘kruidachtige plant (geslacht Atriplex)’
Mnl. melde ‘melde’ [1240; Bern.], Atriplex ... dits ... een cruut ende heyt melde ‘... dat is een kruid dat melde heet’ [14e eeuw; MNW].
Os. maldia; ohd. melda (nhd. Melde); oe. melde; ozw. maalle (nzw. molla), mæld; < pgm. *maldiō- ‘melde’.
Mogelijk bij dezelfde wortel pie. *meH- als → meel, vanwege de met wit stof bedekte bladeren. Hiervoor pleit bijv. nzw. mjölgräs, letterlijk ‘meelgras’ voor dezelfde plant.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

melde* [plantengeslacht, ganzenvoet] {1226-1250} middelnederduits, oudengels melde, oudhoogduits molta, melta (hoogduits Melde); buiten het germ. grieks bliton, (< mliton) [melde], oudindisch mlāyati [hij verlept]; de plant is genoemd naar haar wit bestofte bladeren en verwant met meel.

milt2* [plant] {1854} nevenvorm van melde.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

melde znw. v. ‘plantengeslacht’, mnl. melde (oudnnl. ook milde), os. maldia, mnd. melde, ohd. melda (nhd. melde), daarnaast ook malta, muolta, molta (nhd. dial. beiers molten), oe. melde, ozw. mæld(yrt), molda. Andere namen voor het geslacht atriplex zijn vla. dauwkole, ozw. mjölgräs, de. melspinat, alle namen die wijzen op de wit bestoven bladeren van de plant en die dus samenhangen met meel. Vgl. namen als lit. balánda bij bálti ‘wit worden’ en russ. lebedá bij serbo-kroat. lebedĭ ‘zwaan’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

melde znw., mnl. melde v., oudnnl. ook milde. = ohd. melda (nhd. melde) v., waarnaast malta, muolta, molta v. (nog bei. molten), mnd. ags. melde v., ozw. mæld(yrt), molda, benamingen voor planten van de geslachten “atriplex” en “chenopodium”. De naam hangt wsch. samen met meel; de plant is dan naar de “bemeelde” bladeren genoemd: vgl. ozw. mjölgräs “chenopodium rubrum”, de. melspinat “atriplex hortensis”, en ook vla. dauwkoole “atriplex patula” en “chenopodium album”. Zeer onzeker is verwantschap met gr. blíton (*mlíton) “melde”, kymr. meillion-en “klaver”, oky mr. mellhionou “violas”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

melde. Owvla. (herb.) melde ‘atriplex’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mel v., = melle = melde (z.d.w.).

melde v., Mnl. id. + Ohd. melta, malta, (Mhd. mulde), Ags. melde + Gr. blíton (uit *mbliton, *mliton).

Thematische woordenboeken

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Melde (uitstaande), Atriplex patula
Altriplex: de betekenis is niet helemaal helder. Wellicht gaat het om een eetbare plant die ‘met het atrium vervlochten’ oftewel ‘atrio plexus’ heette. Het atrium was de open binnenplaats van Romeinse villa’s.
Patula: een onderdeel van de plant staat wijd open of uitgespreid.
Uitstaande melde: bij Uitstaande melde staan de bladeren ver uit elkaar, vandaar de Nederlandse naam. Het deel melde in de naam is afkomstig van een oud woord voor meel. Het lijkt alsof de bladeren licht met meel bestoven zijn.

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Chenopódium | Chenopódium álbum: Melganzevoet
Dit geslacht heeft de naam Chenopódium te danken aan het feit dat de bladeren (van de meeste soorten!) gelijkenis vertonen met de poten van ganzen, afgeleid van het Griekse chen: gans en podos: voet. Een oude Latijnse benaming Pes anserinum, wil hetzelfde uitdrukken, want pes: voet, en anserinum komt van anser: gans. Van de verscheidene soorten van dit geslacht die in ons land voorkomen is deze wel de meest algemene. De naam Melde die we in verscheidene dialectische of gewestelijke vormen tegenkomen, heeft waarschijnlijk iets te maken met meel, omdat de bladeren er als met meel bestoven uitzien. Bovengenoemde soort is dus een plant met ganzevoetachtige bladeren, die een als met meel bestoven aanzien heeft. De volgende namen komen onder meer voor Mei, Melt, Witte mei en Witte melde. In 1514 komen we haar tegen als Milde.
De oorsprong van het woord zal wel liggen in mei: malen, en het daaruit ontstane meel sloeg dan op het als met meel bestoven blad. Aan dr. J. de Vries ontlenen we het volgende: ‘Melde, vergelijk Oudhoogduits melda, malta, muolta, Oudengels melde, een plantnaam die naar de kleur der bladeren schijnt genoemd te zijn, indien wij tenminste het woord meel in verband mogen brengen.’ Men denkt ook aan een verbastering van het oude Duitse woord Molte, dat stof of mout beduidt, vanwege het stof of meel op de bladeren. Zo noemt L. Fuchs de plant Wild Molten in zijn Duitse uitgave van 1543.
Namen die we in de Achterhoek van Overijsel tegenkomen, luiden: Luismelde, Luizemel, Luzemelde, Luzemelle of Luzemilte.
De verklaring ligt in het feit dat de bevolking in de vorm van het zaad een luis meende te zien. In het nabije Duitse grensgebied noemt men haar Luusmell. Wanneer de groenten duur waren of de oogst was tegengevallen, at men deze, algemeen op bouw- en moesland en langs de wegen voorkomende, plant als spinazie. De zaden werden als grutten gegeten. Dat zij reeds heel vroeg als voedsel-plant gebruikt werd, valt op te maken uit de gevonden zaden bij paalwoningen in Zwitserland. Door het vee werd zij eveneens niet versmaad. De Latijnse soortnaam album (alba: wit) duidt op de witachtige bladeren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut