Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

melancholie - (droefgeestigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

melancholie zn. ‘droefgeestigheid’
Mnl. melancolie ‘zwarte gal, zwartgalligheid’ [1240; Bern.], het uerdriuet melancolie ‘het verdrijft (het teveel aan) zwarte gal’ [1287; VMNW], ook bij overdracht ‘droefgeestigheid, zwaarmoedigheid’ in dan sceedt van mi alle onvruchtelike melancolie ende die donkere nacht wort alse die dach verclaret ‘dan verlaat alle vruchteloze melancholie mij en de donkere nacht wordt helder als de dag’ [1340-60; MNW-P]; vnnl. dan de spelling melancholie in swaermoedicheyt, ende melancholie verdrijuen [1554; WNT zwaarmoedigheid].
Ontleend, al dan niet via Oudfrans melancolie ‘zwarte gal’ [1256; TLF], eerder ook al ‘staat van diepe droefenis’ [1176-81; TLF] (Nieuwfrans mélancolie), aan Laatlatijn melancholia, dat zelf ontleend is aan Grieks melankholíā ‘droefheid, (teveel aan) zwarte gal’, een samenstelling van mélās (genitief mélanos) ‘zwart’ en kholḗ ‘gal’, zie → cholera. De spelling melancholie is een aanpassing aan het Grieks.
Grieks mélās ‘zwart’ < *mélans is wrsch. verwant met: Litouws mė́las, mė́lynas ‘donkerblauw’, Lets męlns ‘zwart’; en misschien met Russisch malína ‘framboos’; < pie. *mel(h2-) ‘zwart, gekleurd’ (IEW 720). Hierbij met rekkingstrap misschien ook pgm. *mēla- ‘teken, vlek’ (nhd. malen ‘schilderen’).
In de middeleeuwse geneeskunde was zwarte gal een van de vier lichaamssappen of vier humoren, zie → humeur, waarvan de onderlinge verhouding iemands karakter bepaalden: wie een teveel aan zwarte gal had, was zwaarmoedig, zie → zwartgallig. Zie ook → temperament.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

melancholie [zwartgalligheid] {melancolie 1201-1250} < frans mélancolie < latijn melancholia < grieks melagcholia, van melas (2e nv. melanos) [zwart] + cholè [gal], dus zwartgalligheid.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

melancholie (Frans mélancolie)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

melancholie ‘zwartgalligheid’ -> Japans merankorī ‘zwartgalligheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

melancholie zwartgalligheid 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut