Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meewarig - (deelnemend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

meewarig bw. ‘deelnemend’
Vnnl. med-waerigh, medwerdigh ‘vriendelijk, welwillend’ [1599; Kil.], meewarigh ‘id.’ [1600; WNT], ‘medelijdend, deelnemend’ in een bedroeft, medewarich gelaet [1650; WNT]; nnl. dat zacht, meêwarig gevoel [1814; WNT], [zij hebben ...] meewarig het hoofd geschud [1884; WNT].
Gevormd uit → mee ‘eveneens’ en → waar 1 ‘wezenlijk, echt’, oorspronkelijk ook ‘goed, oprecht, ernstig, eenvoudig’ met het achtervoegsel → -ig.
Ohd. mitiwarī ‘vriendelijk, zachtmoedig’. Daarnaast staat het synoniem ohd. alawāri ‘vriendelijk, goedmoedig’ (nhd. albern ‘onnozel, te goed van vertrouwen’) < pgm. *al(l)a-wēr-ja-, waaruit ook: mnl. alwereg ‘onnozel’ [1290-1310; MNW-P]; oe. ealwerlīce (bw.) ‘vriendelijk’; on. ölværr ‘welwillend’. Hierbij ook de afleiding got. allawērei (zn.) ‘vertrouwen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meewarig* [deelnemend] {medwaerigh, medwerdich [minzaam] 1599} oudhoogduits mitiwari [vriendelijk]; het tweede lid hoort bij waar2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meewarig bnw., Kiliaen med-waerigh (Holl.) ‘comis, familiaris’ en med-werdigh (vetus) ‘comis, humanis’, vgl. ohd. mitiwāri ‘vriendelijk, zachtmoedig’; daarnaast mnl. en nog dial. aelwarich, aelwaerdich ‘dom, onnozel; dartel; gemelijk’, Teuth. aluwēr, alwēr ‘onnozel’, ohd. alawāri ‘vriendelijk, welwillend’ (nhd. albern ‘onnozel’), on. ǫlværr ‘welwillend’, vgl. nog got. allawērei ‘oprechtheid’, unwērjan ‘boos zijn’ en on. alvara ‘ernst, welwillendheid’. — In deze beide woorden is het 2de lid waar 1, ofschoon een verband met de stam van wezen niet uitgesloten is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

meewarig bnw., sedert Kil., die “med-waerigh, Holl. Comis, familiaris” en “med-werdigh, vetus. Comis, humanus” opgeeft. De vorm zonder d is de oudste en ontstaan uit een vorm, die aan ohd. mitiwâri “vriendelijk, zachtmoedig” beantwoordde. Vgl. mnl. oudnnl., nog dial. aelwârich, aelwaerdich “dom, onnoozel, dartel, gemelijk”: Teuth. al(u)wer “onnoozel”, ohd. alawâri “vriendelijk, welwillend” (nhd. albern “onnoozel”) ook “geheel waar”, on. ǫlvæ̂rr “welwillend”. Voor de bet. vgl. nog got. allawerei v. “oprechtheid, aplótēs, unwerjan “boos zijn”, on. alvara v. “ernst, welwillendheid”. Het tweede lid van al deze vormen bij waar I. On. væ̂rr “geschikt om verblijf te houden, behaaglijk” zal echter wel in ’t Ngerm. van den stam van wezen gevormd zjjn. Het eerste lid van meewarig is mee II.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

meewarig bijv., een uitbreiding met -ig (z. langwerpig) van *medeware + Ohd. mitiwári (Mhd. mitewêre): uit mede en waar = oprecht, vriendelijk (z. aalwaardig).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Meewarig. Het tweede lid warig is een afl. van een Germ. woord wers, dat „vriendelijk, zacht” beteekende, vgl. ’t Ohd. alawar = zeer vriendelijk, en ’t Got. unwerjan = onvriendelijk zijn, boos zijn. ’t Eerste lid zal wel mede, met bet., dus is ’t woord: met of jegens iemand vriendelijk zijn. Meewarig bet. dan ook oorspr. in onze taal werkelijk vriendelijk; bijv. bij Hooft: „De verhouding tusschen waard en gast is meewarig’’’; „Philips II was noch meewarig, noch spraakzaam.” En Oudaan heeft: „Aan mijn minlijke en meewarige Echtgenoote.” Hieruit ontstond de bet. van: goedertieren, barmhartig, van de goden of van God gezegd, bijv. bij Vondel: „De Godheid is meewaardig, verhoort het klachtig hart”, en hieruit ontwikkelde zich de tegenwoordige bet. van: deelnemend, medelijdend.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meewarig* deelnemend 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut