Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meest - (in de hoogste mate); (de grootste hoeveelheid uitmakende, het talrijkst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

meest bw. ‘in de hoogste mate’; bn. ‘de grootste hoeveelheid uitmakende, het talrijkst’
Mnl. Den genen die meest heilech es ‘degene die het heiligst is’ [1265-70; VMNW], der fauten dine meest uersuarden ‘de gebreken die hem het meest hinderden’ [1265-70; VMNW]. Daarnaast staat het bn.: onl. meist ‘grootst’ in van misdadin (lees misdadi) meistero (datief ev.) ‘van de grootste misdaad’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. meest ‘grootst’ in cete es alre vissce meest ‘de walvis is van alle vissen het grootst’ [1276-1300; VMNW], ‘talrijkst’ in mar in italien es hi meest ‘maar in Italië is hij (het vuurvliegje) het talrijkst’ [1287; VMNW], dat meeste deel van den lieden ‘het grootste deel van de mensen, de meeste mensen’ [1322; MNW], By den meesten gevolge ‘met de meeste stemmen’ [1387; MNW].
Os. mēst; ohd. meist (nhd. meist); ofri. māst (nfri. meast); oe. mæst, māst (ne. most); on. mestr (nzw. mest); got. maists; < pgm. *maista-, de overtreffende trap bij het bn. *mekila- ‘groot’ (zie → mega-), afgeleid van dezelfde wortel als die van → meer 2.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meest* [overtreffende trap van veel] {oudnederlands meist 901-1000, middelnederlands meest} oudhoogduits meist, oudsaksisch mēst, oudfries māst, oudengels mæst, oudnoors mestr, gotisch maists, superlatief bij meer2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

meer II onbep. telw. en bijw., mnl. meer, met r naar analogie van het bnw. mêre opgekomen naast ouder mee. = ohd. mêr (nhd. mehr; mhd. ook ), os. mêr (mnd. ook ), ofri. mêr, mâr naast ouder , , ags. (: eng. more), (on. meirr met secundaire rr), got. mais “meer”. Hierbij het zwakke bnw. mnl. mêre, ohd. os. mêro, ofri. ags. mâra, on. meiri, got. maiza “grooter”. Mnl. meerre (nnl. meerder) “id.”, onfr. mêrra “maiores”, ohd. mêriro, mêrôro, mnd. mêrere “grooter” zijn ontstaan, doordat het comparatieve formans nog eens werd aangehecht. De superlatief is meest, mnl. meest, onfr. ohd. (nhd.) meist, os. mêst, ofri. mâst, ags. mæ̂st, north. mâst (eng. most), on. mestr, got. maists “grootst, meest”. Germ. *mais, *maiz is identisch met osk. mais bijw. “meer”, waarbij de superlatief maimo- “grootst” uit *maismo-; umbr. mestru “maior” < *maisterâ of event. *meisterâ met idg. êi: vgl. kymr. mwy “grooter, meer” < idg. *mêis. De idg. grondvorm van got. osk. mais is *mə-is. Hetzelfde mə- wellicht in gr. matís· mégas (Hes.), ier. maith “goed”. Voor ’t ablautende idg. mê-, mô- vgl. bij mare.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

meest bijv., Mnl. id., Os. mêst + Ohd. meist (Mhd. en Nhd. id.), Ags. mǽst (Eng. most), Ofri. mást, On. mestr (Zw. en De. mest), Go. maists: superl. van denz. st. waarvan meer de comp. is (z. meer 2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

mies (bijw.) meest; Vreugmiddelnederlands meest <1265-1270>.

Thematische woordenboeken

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

Overbodige omschrijving van den comparatief met meer en van den superlatief met meest. – Een der ergerlijkste gallicismen is de omschrijving van de trappen van vergelijking in gevallen waarin ons taaleigen zulks niet toelaat; een enkelen keer treft men zelfs een regelmatig gevormden comparatief aan, voorafgegaan door meer. De overtreffende trap wordt in het Nederlandsch alleen welluidendheidshalve omschreven; de omschrijving van den vergrootenden trap is noodwendig, wanneer men twee verschillende hoedanigheden van eene zelfstandigheid met elkander vergelijkt: hij is meer geleerd dan verstandig. || Later (wendden) meer ernstige bekeerders zich tot mijnen vader (nl. een protestant) en zochten ... hem van zijne zoogezegde dwalingen te doen afzien, G. BERGMANN, Gedenkschr. 33. Die koelheid ... maakte Beth ... nog meerder (sic) lastig, SLEECKX 1, 157. Een meer bedaagd paar, 9, 117. De jongen zag er meer schrander uit, dan de meesten zijner makkers, 12, 10. Van al de godsdienstige feesten, die tevens aanleiding tot familiefeesten geven, is en blijft het Drie Koningenfeest het meest volkslieve, 12, 254 (er wordt bedoeld het populairste; verg. boven in de eerste afdeeling, I, het artikel Volksgeliefd enz.). Dewijl men den kunstenaar als den meest plichtige beschouwde, 12, 297. Wel waren er menschen, die, meer klaarziende, er anders over dachten ...; doch enz., 14, 183. Ik (mag mij) ... ten huidigen dage ... een der meest befaamde ... schoenlappers van geheel Brabant ... noemen, 15, 236. De geographische lijst die Kramers bij zijn Woordenboek gevoegd heeft, is veel meer uitgebreid dan die van Kiliaan, DELGEUR in Versl. Vl. Ac. 1888, 174. De nieuw aangekomene was een man van dezelfde jaren als Davits, en op dezelfde wijze, doch meer welgesteld gekleed, SNIEDERS 1, 14b. Om zijne meer ingewikkelde zaak ... niet te bederven, 5, 79b. Sommige tooneelschrijvers hebben echter van dit voorval op meer ingrijpende wijze gebruik weten te maken, ALBERD. THIJM in Versl. Vl. Ac. 1890, 58. Zijne effecten treffen minder en zijne kleur is meer verward, GEIREGAT, Holl. Schilderk. 82. Hendrik Martensz. Rokes, bijgenaamd Zorg of Sorgh, is een minder brandstichtend en meer begaafd meester, 128. Mannen, welke meer gedwee het juk des vreemdelings droegen, MATHOT, Troebele Tijd 64. Men was dan wel verplicht dien toestand te wijzigen en een meer regelmatig bestuur in te richten, 68. Het geweten der Belgische geestelijken was op het einde der achttiende eeuw meer nauwgezet, 92 (men zegt niet, dat iemands geweten nauwgezet is, maar dat iemand nauwgezet van geweten is). Toen ... de meest bijzondere steun der Aziatische maatschappij, in 1785, failliet ging, MATHOT, Jozef II 13. De handels- en beursberichten ... zijn nu uitgebreider en meer verzorgd; de taal en stijl meer gekuischt, DE POTTER, Gent 4, 58. Indien uwe vrouw min plichtgevoel gehad had, en meer zelfzuchtig geweest was, zouden enz., R. LOVELING, Pol. en Theod. 128. Het volk zal begrijpen, dat het eene meer zelfstandige roeping heeft dan het buigen van den nek voor den wil des pastoors, LOVELING, Sophie 217. Een ander volk hadde wellicht sinds lang meer treffende overredingsmiddelen beproefd, VUYLSTEKE, Prozaschr. 1, 19. Een voorbericht ..., waarin hij spreekt over het belang ... der ... behandelde stof, nagenoeg op dezelfde wijze als wij vroeger in zijne redevoering gezien hebben, doch ... met meer diepzinnige beschouwingen, DAEMS, Kruiw. 42. Noteert wel, dat deze afleiding maar een enkel gebrek heeft, namelijk dat van te klaar te wezen en te gemakkelijk; was ze wat meer duister, wat meer ingewikkeld enz., 52. De mensch (zorgt) voor zijne zwaarste en meestdringende behoeften eerst en vooral, 57. De Helsche Breughel (drukte) ... meer rechtstreeks zijne (t.w. van zijn vader) voetstappen als figuurschilder, ROOSES, Antw. Schildersch. 1, 122. Een ander werk zijner laatste levensdagen ..., en zelfs een der meest aangrijpende zijner voortbrengselen, is zijn eigen portret, dat enz., 2, 178. Een der helderste en meest ontwikkelde geesten, ROOSES, N. Schetsenb. 346. Nergens ... was de kunst ernstiger en meer ingetogen, ROOSES, Ov. de Alp. 16. Zijne teekeningen ... vereenigen met de heerlijkste en verhevenste scheppingskracht de meest zorgvuldige uitvoering, 56. In zijne werken (t.w. van Daudet) gaat de meest nauwgezette opmerking met de breedste opvatting gepaard, ROOSES, Derde Schetsenb. 35. Wie kent er iets akeligers, meer beklemmends, meer wanhopigs dan Virginieʼs beeld van een Zomerschen Zondag op den buiten en in de stad, 237. Het epische vak, dat meer genietbaar is voor het volk dan het persoonlijk lyrism, 275. Hamerlings vorm is ... de meest onberispelijke, 294. Meest beroemd zijn de portretten door Van Dijck in de zaal, die den naam van dezen schilder draagt, ROOSES, Op Reis 90. Tusschen al die eigensteedsche kunst treft in Hildesheim een gebouw door eenen meer regelmatigeren (sic) en deftigeren (sic) bouwtrant, 126. Meer prozaïek vormde ik het plan om per spoorweg naar Calmpthout te rijden, 153. En die werken zijn juist de meest eigenaardige, de meest zuivere Nederlandsche, welke Hollands kunstenaars voortbrachten, 254. De deftige ... gevel is slechts een gordijn, die de schilderachtigste en meest verrasssende aller woonsteden voor het oog verbergt, 286. Justus Lipsius ..., den meest beroemden geleerde zijner eeuw, 292. Zola bewees aldus treffend, dat de meest uitvoerige en onbeschroomde schildering der bijzonderheden geenszins belet de gewichtigste vraagpunten te bespreken, ROOSES, Lett. Stud. 19. Het (Museum te Antwerpen) ligt ver van het midden der stad, ... dicht bij de Schelde, op de meest vochtige en killige plaats der stad, ROOSES, O. en N. Kunst 1, 6. Indien hij zich bijtijds meer ondernemend en beminlijk hadde getoond, DE VOS, Vl. Jong. 241. Omdat ik ... (mij) meer vrijzinnig ... toonde dan zij, De VOS, E. Off. gew. 6. Wij (hebben) de bijzonderste en meest belangrijke dier artikelen meer omstandig bestudeerd, GAILLIARD, K. v. Hazebroek 1, IX. Niets is meer belangwekkend, noch schilderachtig, SABBE, Vl. Schilderk. 29. Zijn coloriet is dat der school, doch minder warm en meer metaalachtig, 55. Meer eigenaardig Vlaamsch bleef hij (Floris) in eenige portretten, 121. Nog min bekend is ... Boeyermans ..., een ander volgeling van Van Dijck, die, in zijne meest uitgelezen stukken, dezen nogal nabij komt, 282. Geene wetenschap is meer bevredigend (t.w. dan de meetkunde) voor den beoefenaar, TEMMERMAN in De Toekomst 30, 48 (er wordt vereischt bevredigt meer). Geen vak is echter meer geschikt (dan de natuurlijke wetenschappen) om het opmerkingsvermogen te ontwikkelen bij de kinderen, 31, 45. De meest bedreven en de meest geduchte pen, die men op dit terrein ontmoeten kan, 34, 144. De Vlaamsche Academie bestaat; zij bloeit en groeit; telkenjare wordt haar gezag grooter, haar nut meer onbetwistbaar, PRAYON 437. In de meest schilderachtige kleederdracht wandelden de gasten koutend en schertsend door den tuin, SEGERS, Gelukkig 41. De traan, die, bij den aanvang der lezing (van een brief nl.), in haar blauw oog glom, werd grooter en meer helder, 57. Omdat onze grond ons meer inspanning heeft gekost, hebben wij hem meer lief, 65. Op de meest hartelijke wijze groette zij de drie gasten, 69. Er (heerschte) de meest volkomen stilte, 89. Lien (ging) meer uitgelaten voort, “Gij, rijke menschen, enz.,” 97. Onopgemerkt werd het meer duister, 111. Deze groette hem op de meest innemende wijze, 135. Gele hoopen en witte strepen geven aan het landschap een meer afgewisseld, doch woester voorkomen, SEGERS in Ned. Dicht- en Kunsth. 9, 335. Het zelfde hoofdgedacht, doch in meer verheven taal uitgedrukt, vindt men in het volgende sonnet terug, SEGERS in De Toekomst 31, 76. Waar is de kunstenaar, die ... eenen meer doordringenden geest had dan die ontembare veroveraar? Waar werden meesterlijke plannen ..., meer wondere vooruitzichten gesmeed dan in het hoofd van dezen, in schijn, zoo ongevoeligen krijgsman? 33, 420. In de algemeene letterkunde is Milton ... veel meer gekend dan Vondel, SEGERS, Vondel2 163 (er wordt vereischt veel beter bekend). Vondel (is) ... grootscher, treffender, meer genietbaar ... dan zijn doorluchtige evenknie (t.w. Milton), Ald. Die pijnlijke gedachte deed hem huiveren en wisselde af met de meer vroolijke, aan den kermisdag van morgen vast, TEIRLINCK, Cil. 23. Even pijnlijk en meer verrassend was het heengaan van den nauw zestigjarigen schrijver der Litterarische Fantasiën en Kritieken, CORNETTE in De Toekomst 30, 253. Aan het hoofd der dubbele aflevering ... (staat) een meer uitgebreid opstel over ... Ranke, 30, 583. Eenen meer natuurlijken trant, DE FLOU in Ned. Dicht- en Kunsth. 9, 100. De rede van Pol de Mont ... (mag) eene der bijzonderste en zekerlijk de meest treffende genoemd worden, WATTEZ in Holl.-Vl. 2, 88. De tijden zijn veranderd; de poëzie is meer mannelijk geworden, 2, 114. De fijngevoeligheid dergenen, die niet op hunne plaats zijn in de wereld, en in uiterlijken schijn voor meer gelukkige minderen moeten onderdoen, MOORTGAT, Versleten 77. Hij ... (begon) meer gespraakzaam ... te worden, 78. De afgrond ... gaapte breed en peilloos, meer onoverkomelijk dan ooit, 84. Een meer ervaren tooneelschrijver hadde het zeer alledaagsche onderwerp ... volgens geheel andere patronen versneden, DE MONT in De Toekomst 31, 15. De vaderlandsliefde in hare verhevenste, reinste, meest ideale uitdrukking, 32, 225. De meest aanzienlijke vertegenwoordigers van de vrijzinnige staatspartij in Kamer en Senaat, 33, 176. Weggestolen had de dood uit ons midden den meest gevierden, en, na Conscience, den meest populairen schrijver en strijder van Zuid-Nederland, 33, 283. Kloeker, meer gevulde omtrekken, 35, 99. Al gewaagt eenig meer geleerd criticus soms al eens van Hebel, 35, 437. Onder die vijf of zes werkelijk goede (portretten) is er dan nog geen enkel, dat door zijn meer innerlijke hoedanigheden, ik wil zeggen, als psychologische studie van een menschenkarakter, zou verdienen enz., DE MONT in Vl. School 1894, 149a. Geen die meer algemeen, niet als revolutionair zoo maar kortaf, maar als de revolutionair bij uitnementheid (sic) is beschouwd, 1895, 110a. Het eigenaardigste, zonderlingste, meest dolhuisachtige, dat van hem bekend is, 1895, 116b. De meest tegenstrijdige gewaarwordingen joegen zijn bloed als een stroom van brandend vocht door zijne aderen, V. CUYCK in Ned. Dicht- en Kunsth. 10, 42. Het ontbijt ... is meer ingewikkeld dan het onze, GITTÉE, Bij onze Noorderbr. 85. In de noordelijke (provinciën) integendeel, en meer bijzonder in het graafschap Holland stond de letterkunde in vollen bloei, GITTÉE in De Toekomst 30, 268 (de schrijver heeft hier meer bijzonder gebruikt door bijgedachte aan fr. plus particulièrement; hij kon volstaan met vooral te zeggen). Deze deeltjes ... zijn zeer geschikt voor de hoogere klassen onzer volksscholen, en meer bijzonder voor ons middelbaar onderwijs, 35, 30 (als boven; hier past in ʼt bijzonder). Verwijs liet de boerterijen kennen, die de meer gestrenge uitgevers van het Belgisch- en het Vaderlandsch Museum hadden in de lade gehouden, HAERYNCK, Boendale 8. Het korte, meer levendige vers vervangt den ouden meter, 11. Ook heeft de bekendheid met Boendale aan ... Van der Kindere toegelaten in die ingewikkelde gebeurtenissen ... eenen veel meer helderen blik te werpen, 36. Zijn verhaal wordt hier ook veel meer levendig en kleurrijk, 151. Jan de Weert ... herhaalt in zijne schriften, maar op veel meer bitteren toon, al wat de Antwerpsche schepenklerk tegen de verschillige maatschappelijke standen had ingebracht, 167. Gij hadt genot en aardsche weelde veil Voor loon, meer duurzaam dat (sic, l. dan) dit broze leven, RAMBOUX, Ged. 44. Maar meer zalig (is het) in lachende, stralende blikken ... ʼt Heil te lezen, ... die ge ... Wekt in den boezem der vriendschap, 59. Een kerel die onder een aanminnig en zoetsappig uiterlijk de meest onverdraagzame en wraakgierige dweepzucht verborg, BUYSSE in De Gids 1894, III, 20. De arbeider, die ... tot den rang van een meer beschaafd, ontwikkeld man is geklommen, III, 21. Na zulke predikatiën ... komt de boer, de werkman, die de woorden van den pater in zich opgevangen heeft, nog dommer en nog meer bekrompen van gedachten thuis als naar gewoonte, 392. Toen ze zoo eensklaps, op de meest onverwachte wijze, voor de schrikkelijke werkelijkheid stond, zakte zij ineen, BUYSSE in Nederland 1894, III, 17. In ʼt geniep nog, maar van dag tot dag meer openlijk, heeft het (volk) insgelijks de kleine liberale en socialistische gazetjes durven lezen, BUYSSE in De Gids 1895, I, 208. Hij hervatte zijn weg ..., den stap wat meer gejaagd, BUYSSE, Mea Culpa 40. Ziet die mannen ..., brutaal hunne miskende rechten eischend, brood eischend, brood of dood! En dan die andere meer verlichte man, hun opperhoofd, ... aanschouwt den afschuw en den schrik op zijn gelaat, bij het vervaarlijk vizioen van ʼt bloed dat zal vergoten worden, BUYSSE in Tweemaandel. Tijdschr. 2, 40 (uit een beschrijving van een schilderij; er wordt vereischt beter verlicht). Zij (at) buitengewoon veel, en, bij voorkeur, van de meest voedzame spijzen, BUYSSE, Blauwh. 3. Na eene poos vervolgde hij met zachtere en meer bedaarde stem, MILLECAM, Finh. en Lieder. 2, 89. Op meer opgeruimden toon ging hij voort enz., 2, 161. In meer eenvoudigen trant, JACOBS in Nederl. Mus. 1890, I, 33. Wat de Keizer gezegd heeft ... betreft punten, die ... de meest ernstige overweging verdienen, De Toekomst 35, 44.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

meest(e) ‘grootste hoeveelheid, grootste aantal’ -> Negerhollands meest, mēstǝ ‘grootste hoeveelheid, grootste aantal’; Surinaams-Javaans deméste ‘meestal, vaak, in het algemeen’.

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

mē-4, mō- ‘groß, ansehnlich’

Positiv mē-ro-s, mō-ro-s: gr. -μωρος in ἐγχεσί-μωρος ‘groß (?) im Speerwerfen’ u. dgl., air. mōr (das ō aus dem Komparativ), mār ‘groß’, cymr. mawr ‘groß’, bret. meur ds., gall. -māros in Eigennamen wie Nerto-māros (‘groß an Kraft’); mit ē ahd. -mār in Namen wie Volk-mār usw., ferner das Denominativ germ. *mērjan ‘*als groß darstellen, rühmen’, woraus ‘künden’: got. mērjan, as. mārian, ahd. māren, anord. mǣra ‘verkünden’, wozu nhd. Mär, Märchen u. dgl., sowie das postverbale Adj. ahd. as. māri ‘berühmt, glänzend’, ags. mǣre, anord. mǣrr ds., got. waila-mēreis ‘von gutem Ruf’;
slav. -měrъ in Namen wie Vladi-měrъ;
mō-lo- in cymr. mawl ‘Lob’, moli ‘loben’ (daraus air. molur ‘lobe’), bret. meuliff ds.;
Komparativ *mē-i̯es, -is, bzw. (mit der Tiefstufe des Superlativs) mǝ-i̯es, mǝ-is: air. māu, daraus móu, mó (aus *mǝ-i̯ōs); cymr. mwy, corn. moy, bret. mui ‘mehr’ aus *mēis; eine Abstraktbildung auf urkelt. -antī (*mantī aus ma-antī) in air. mēit ‘Größe’, acymr. pamint gl. ‘quam’, ncymr. maint ‘Größe’, corn. myns, mbret. nbret. ment; vielleicht osk. mais (*mǝ-is-) Adv. ‘mehr’, maimas ‘maximae’ (wohl aus *mais[e]mo-), GN Maesius ‘Maius’, umbr. mestru f. ‘maior’ (aus *maisterā); got. mais ‘magis’, maiza ‘maior’, maists ‘maximus’, aisl. meir(i) ‘mehr’, ags. , māra, mǣst, as. mēr, mēro, mēst, ahd. mēr, mēro, meist; apr. muisieson Adv. ‘mehr’ (muis aus*mā-is-); toch. A mǝnt ‘wie’, В mantǝ ‘so’ (= air. méit?).

WP. II 238, 292, WH. II 14.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal