Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meervoud - (pluralis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

meervoud zn. ‘pluralis’
Vnnl. meervoud [1584; Twe-spraack].
Gevormd uit → meer 2 en → -voud, als leenvertaling van Latijn (numerus) plūrālis ‘meervoud’, letterlijk ‘meervoudig getal’, waarin plūrālis een afleiding is van plus ‘meer’, de vergrotende trap van multum ‘veel’, zie → multi-. Voor numerus, zie → getal 2.
Eerdere benamingen waren vnnl. menichvuldich getal [1571; Heyns], veel-voudigh ghetal [1584; Twe-spraack].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meervoud* [vorm van naamwoord voor een aantal] {1584} vertaling van latijn (numerus) pluralis (vgl. pluralis).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meervoud znw. o., eerst na Kiliaen, ouder meervoud getal (zo nog bij Vondel) is een navolging van lat. (numerus) pluralis.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

meervoud znw. o., nog niet bij Kil. Voor ouder meervoud getal (nog bij Vondel) (waarin meervoud een bnw. is), evenals lat. pluralis voor numerus pluralis. ’t Zelfde geldt mutatis mutandis van enkelvoud.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meervoud* vorm van naamwoord voor een aantal 1584 [Ruijs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut