Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meerkat - (hondsaap)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meerkat* [smalneusaap] {merkat 1477} middelnederduits merkatte, oudhoogduits mer(i)kazza, middelhoogduits merkatze; het eerste lid zal zijn meer1 (omdat het dier uit Afrika over zee is gebracht), het tweede kat1, waarbij we waarschijnlijk moeten bedenken, dat middelnederlands cater een naam van de duivel was en catte ook voor ‘heks’ stond. Ondertussen is opvallend oudindisch markata- [aap], waarmee taalkundig geen regelmatige verbinding mogelijk is.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meerkat znw. v. m. ‘smalneusaap’, mnl. meercatte v. ‘aap’, mnd. merkatte, ohd. merekazza, merkazza (nhd. meerkatze). De aanknoping aan oi. markata ‘aap’ is onmogelijk; daartegen pleit niet alleen het vroege voorkomen in het ohd. (11de en 12de eeuw), maar ook de herkomst van het dier uit Afrika. Bovendien vinden wij daarnaast het woord kataap, vgl. ital. gattomammone (1571) en pools kotomalpa (R. van der Meulen Ts. 62, 1943, 211-218). Is het 1ste lid van het woord meer 1? — ne. meerkat (sinds 1481), in de bet. ‘aap’ nu verouderd, maar als naam voor kleine Zuidafrikaanse zoogdieren nog bekend (Bense 218).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

meerkat znw., mnl. meercatte v. “aap”. = ohd. mer(e)kazza (nhd. meerkatze), mnd. mē̆rkatte v. “id.”. Wegens het vroege voorkomen is de afl. uit oi. markáṭa- “aap” niet wsch. Veeleer is meerkat een samenst. van meer I en kat.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

meerkat v., + Hgd. meerkatze: het dier komt van over zee, namelijk uit Afrika.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

meerkat s.nw. Ook, verouderd, mierkat.
Enigeen van veral twee soorte kleinerige, vleisetende soogdiere, nl. die graatjiemeerkat en die rooimeerkat, wat redelik wydverspreid in suidelike Afrika voorkom.
Uit Ndl. meerkat (Mnl. meercatte) 'soort aap met 'n stert', as 'n uitheemse soort kat beskou. Hoewel die Afr. woord nie na dieselfde dier as dié in Ndl. verwys nie, is die Ndl. woord wel gebruik as basis vir die Afr. woord.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. in die vorm meerkatje (1822) en vanuit Afr. in S.A.Eng. in die vorm mier-kat (1901).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

meerkat: – mierkat (volkset.) – , toeg. op versk. soorte knaagdiertjies (spp. Suricata, Cynictis en Geosciurus, v. ook graatjie); Ndl. meerkat (Mnl. meercatte), Hd. meerkatze, (almal vroeër) “oorsese aaps.”, Cercopithecus; ‘S.A. Eng. (uit Afr.) meercat, Eng. suricate via Fr. surikate, na bewering uit ’n inboorlingt. v. Afrika, maar nie nader opgeklaar nie; v. ook stokstert-/ waaierstertmeerkat.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

meerkat. Volgens het WNT betekent dit woord een ‘soort aap met een staart, die men beschouwde als een uitheemse soort van kat’. Veel is onzeker over het woord. Wat wel zeker is, is dat in de Historie van Broer Cornelis Adrieaensen van Dordrecht [1569, deel 2 1578] de bastaardvloek Ja wat duysent meerkatten voorkomt. Wellicht mogen wij daaraan de betekenis van duizend bommen en granaten toekennen. Misschien betekent het ook ‘wel verdraaid, verdomd’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

meerkat ‘hondsaap’ -> Engels meerkat ‘Zuid-Afrikaanse apensoort’ ; Deens merkat ‘hondsaap’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds markatta ‘hondsaap’; Fins marakatti ‘hondsaap’ ; Zuid-Afrikaans-Engels ant-cat ‘Zuid-Afrikaanse apensoort’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meerkat* hondsaap 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut