Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meerderheid - (het groter zijn in aantal)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meerderheid znw. v., sedert ong. 1600, zal wel een vertaling zijn van fra. supériorité of pluralité. Sedert 1719 overgenomen als nhd. mehrheit, nadat ohd. mērheit (c. 1000) uit het taalgebruik verdwenen was.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† meerderheid znw., sedert ± 1600. Wsch. vertaling deels van fr. supériorité, deels van pluralité. Naar het ndl. woord is nhd. mehrheit v. gevormd, dat dus niet de rechtstreekse voortzetting is van ohd. mêrheit v. ‘majoritas’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

meerderheid (vert. van Frans supériorité of pluralité); (zwijgende --) (vert. van Engels silent majority)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal