Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meerdere - (onbepaald telwoord)

Thematische woordenboeken

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

meerdere

Als adjectief gebruikt, betekent meerdere ‘groter, aanzienlijker’ bijv. ‘in meerdere mate’, ‘het mindere moet voor het meerdere wijken’.

Met de betekenis van ‘verschillende’ is het een van de eest gewraakte germanismen (D. ‘mehrere’): in alle handboeken taalzuivering wordt het besproken. Alle woordenboeken, behalve Jansonius keuren het af. Nochtans wordt het al bijna 100 jaar gebruikt: het oudste citaat in het WNT dateert uit 1885. In 1964 zegt Tacx (Nederlandse spraakkunst voor iedereen), dat het in de spreektaal volkomen ingeburgerd is. Ook in kranten en weekbladen komt men het vaak tegen. Ter illustratie twee voorbeelden, resp. uit een Nederlands weekblad en uit een Vlaamse krant:

‘...meerdere keren per jaar...’ (Elseviers Magazine, 18.11.72, p. 98)
‘Iedereen hoopt om in de toekomst nog meerdere van zulke feesten te kunnen bijwonen.’ (Het Volk, 9.10.72, p. 15)

Een krantenonderzoek heeft echter aangetoond dat meerdere (‘verschillende’) in het Zuiden gebruikelijker is dan in het Noorden en dat sommige kranten het bewust vermijden.

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

meerdere (Duits mehrere)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meerdere onbepaald telwoord 1859 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut