Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

meent - (gemeenschappelijke weide)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

meent zn. ‘gemeenschappelijke weide’
Mnl. meente ‘gemeenschap, bevolking van een stad of dorp’ in ene plate ... die der meente toe behorde ‘een stuk beschoeiing dat de gemeenschap toebehoorde’ [1280; VMNW], ‘gemeenschappelijke grondbezit’ in die meente int Nieweland [1316; MNW].
Oostelijke nevenvorm van → gemeente.
Mnd. mēnte, mēnde, meinde, meinte; ofri. mēnete, mēnte (nfri. miente).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

meent* [gemene weide] {meente, miente 1285} verkort uit gemeente.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

meent en meente znw. v., in het Oosten van ons land naam voor ‘gemene weide, gemene heidegrond’ is ontstaan uit gemeente.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

meent v., uit gemeente, met aphærese van ge.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

meent s.nw.
1. Gemeenskaplike weiveld van 'n nedersetting of dorp. 2. Gemeenskaplike grondbesit, veral van 'n dorp. 3. Openbare, onbeboude, dikw. sentraal geleë stuk grond, veral in 'n dorp.
In bet. 1 uit gewestelike Ndl. meent (Mnl. meente). Bet. 2 en 3 het in Afr. self ontwikkel. Mnl. meente is 'n verkorting van gemeente. Die woord soos in bet. 1 gebruik, is vroeër amptelik deur sommige S.A. plaaslike owerhede ingevoer uit Ndl. (Boshoff - Nienaber 1967).

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

meent 'grond in gemeenschappelijk bezit'
Mnl. meente 'grond in gemeenschappelijk bezit', ofri. mênete, mênte (nfri. miente), mnd. mênte, mênde, meinde, meinte, nevenvorm van gemeente. Oude attestaties van toponymisch gebruik: 1253 onze korn moelen staende op onse meente1, 1295 Die meente die te Backem leghet2, 1316 die meente int Nieweland3.
Lit. 1OBHZ 990, 2Idem 3031, 3MNW sv.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

meent* gemene weide 1285 [CG Rijmb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut