Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

media - (communicatiemiddel; persoon met paranormale vermogens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

medium zn. ‘communicatiemiddel; persoon met paranormale vermogens’
Vnnl. medium ‘tussenstof’ in dat wy lieden met het medium oft middel substantie verstaen, die dienende is om aen een te houden, oft om te dissolveren ‘dat wij onder medium of middel de substantie verstaan die als tussenstof op oplosmiddel dient’ [1558; Piemontois 1561, 125]; nnl. een doorschijnend medium [1831; WNT], ‘persoon met paranormale vermogens’ in een persoon, die zich als medium, d.i. als een middenpersoon tusschen die geestenwereld en de stoffelijke wereld, beschouwt [1873; WNT], medium ‘communicatiemiddel’ in het medium ... voor de verbreiding van nieuwe denkbeelden [1875; WNT Aanv. medium], ‘massacommunicatiemiddel’ in reclamemedia [zoals] circulaires, reclame door de radio, advertenties in de kranten ... [1939; Vaderland], omdat televisie een gloednieuw medium is [1951; WNT Aanv. medium], dagbladen ... tijdschriften ... nieuwsbladen ... de provinciale verspreiding van deze media [1952; Picarta], massamedia [1963; WNT Aanv. kwaliteit].
Ontleend aan Latijn medium ‘het midden, wat algemeen is’, zie → midden. De betekenis ‘tussenstof, middel om iets over te brengen’ bestaat in het Engels en Frans al sedert de 16e eeuw [OED, TLF] en in het Duits sedert de 17e eeuw [Kluge]. De Zweedse filosoof en mysticus Emanuel Swedenborg (1688-1772) gebruikte het woord voor het eerst voor iemand die boodschappen van overledenen overbrengt. Het gebruik van het meervoud media in de betekenis ‘communicatiemiddelen’ is overgenomen uit het Engels, waar deze betekenis in 1886 verschijnt (BDE); in de Amerikaanse reclamewereld werd later de term mass media ‘massacommunicatiemiddelen’ bedacht [1923; BDE].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

media [communicatiemiddelen] {na 1950} < engels media [idem] < latijn media, mv. van medium [het midden] (vgl. medium).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

media ‘pers, t.v., radio’ (Engels media)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

media communicatiemiddelen 1952 [Picarta: titel van het NIPO] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut