Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

maximum - (hoogste waarde, bovengrens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

maximum zn. ‘hoogste waarde, bovengrens’
Vnnl. maximum ‘grootste hoeveelheid’ in soo men niet conde tot onse maxima geraecken ‘als men de door ons gestelde maximale hoeveelheid niet kon halen’ [1626; WNT]; nnl. ‘hoogste waarde of aantal, bovengrens’ in een maximum van 10.000 rijksdaalders [1795; WNT verhooging], het maximum waarop ik dit gezelschap bepaald heb [1825; WNT voltallig].
Ontleend aan Latijn maximum ‘grootste ding’, de zelfstandig gebruikte onzijdige vorm van de overtreffende trap maximus ‘grootste’ van magnus ‘groot’, verwant met → mega-.
Maximum wordt ook gebruikt als onbepaald telwoord of bijwoord, met de betekenis ‘bereikte of vastgestelde hoogste hoeveelheid aan’ of ‘maximaal’, bijv. in maximum 10% [1902; WNT Aanv. onderbelicht], maximum prijs [1918; WNT snuit II], het maximum luchtvolume [1928; WNT Aanv. spirometer], een maximum snelheid [1958; WNT Aanv. invallen]. Maximum komt voor in allerlei samenstellingen, zoals maximumtarief ‘vastgesteld maximaal tarief’ [1903; WNT tarief], maximumwaarde ‘hoogste bereikte waarde’ [1907; WNT top], maximumprijs ‘vastgestelde hoogste prijs’ [1915-16; WNT kaas], maximumleeftijd ‘maximaal voor iets toegestane leeftijd’ [1920; WNT personeel II], maximumsnelheid ‘maximaal toegelaten snelheid’ [1925; WNT snelheid].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

maximum [hoogste waarde] {1624-1629} < latijn maximum, o. van maximus [grootste], overtreffende trap van magnus (vgl. magnum).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

maximum (Latijn maximum)
maximum- (Latijn maximum)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Maximum (Lat. maximus, superl. van magnus = groot). Grootste waarde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

maximum ‘hoogste waarde’ -> Indonesisch maksimum ‘hoogste waarde’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

maximum hoogste waarde 1626 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut