Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

matras - (onderbed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

matras zn. ‘onderbed’
Mnl. matratse, materasse, maeltraets ‘zitkussen’ in maeltraets, daermede dat alle de banke ... verdect waren ‘zitkussens, waarmee alle banken bedekt waren’ [1384-1407; MNW], ‘onderbed’ in een matrasse oft stroosack onder dbedde [15e eeuw; MNW]; vnnl. mattras, materassa ‘zitkussen, aanligbed, wollen bed; slaapmat’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Oudfrans martras ‘zitkussen, beddenzak’ [1377; TLF], eerder al materas ‘tapijt waarop men slaapt’ [1306; TLF] (Nieuwfrans matelas), dat zelf ontleend is aan Italiaans materasso ‘zitkussen, beddenzak’ [voor 1306; DELI] en/of aan middeleeuws Latijn materacius, materacium ‘id.’ [1255; TLF]; op hun beurt zijn de Italiaanse en middeleeuws-Latijnse woorden ontleend aan Arabisch al maṭraḥ ‘het zitkussen’, letterlijk ‘het neergeworpen ding’, dat behoort bij het werkwoord ṭaraḥa ‘werpen, neerwerpen’. De Arabieren gebruikten het voorwerp niet om op te slapen, maar om op te zitten en aan te liggen.
Lit.: Philippa 1991

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

matras [beddenzak] {matratse, matrasse [zitkussen, matras] 1384-1407} < oudfrans materas [idem], italiaans materasso, middeleeuws latijn matracium, matarazum < arabisch maṭraḥ [plaats waar iets wordt neergegooid, plaats, zetel], met het plaatsaanduidend voorvoegsel ma- bij het ww. ṭaraḥa [hij wierp neer, wierp een kleed ergens over] (vgl. tarra).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

matras znw. v., mnl. matratse, matrasse v. ‘zitkussen, matras’, evenals mhd. materaz, matraz, matreiz (nhd. matratze), ne. matras < ofra. materas, matelas > ital. materasso, materassa ‘matras’, eig. ‘net dat men neerwierp waar men wilde gaan liggen’ < arab. maṭraḥ ‘plaats’ ẉ̣̣aar iets neergeworpen of -gelegd wordt, kussen’. — > russ. matrás, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2 (1959) 61.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

matras znw., mnl. matratse, matrasse v. “zitkussen, matras”. Evenals mhd. mat(e)raʒ (matreiʒ) m. o. v. (nhd. matratze v.), eng. mattress “matras” uit het Rom.: ofr. materas (fr. matelas), it. materasso, mlat. matratium. Deze uit arab. (al-)maṭraḥ “zitkussen”, eig. “wat ergens wordt neergeworpen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

matras v., Mnl. matrasse, gelijk Hgd. matratze en Eng. mattress, uit Fr. matelas (vergel. matroos uit Fr. matelot), van Sp. al)madraque = kussen, waarin al = het Ar. lidw. en madraque = Ar. maṭraḥ = ligging, afgel. van Ar. ṭaraḥa = neerwerpen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

matras s.nw.
Plat sak wat op die raam van 'n bed pas, soms gevul met o.a. vere, kapok, hare of katoen, of dikw. voorsien van spiraalvere, of plat stuk skuimrubber met 'n oortreksel.
Uit Ndl. matras (Mnl. matrasse, matratse) 'dit wat iewers neergegooi word, sitkussing'.
Ndl. matras uit Oudfrans materas uit It. materasso, materasse 'matras', eintlik 'net wat neergegooi word om op te gaan lê' uit Arabies (al)matrah 'dit wat iewers neergegooi word, kussing om op te sit' uit taraha 'gooi'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

matras: bedsak met klapperhaar, vere, ens., gevul, tans v. sponsrubber, ens.; Ndl. matras (Mnl. matratse/matrasse, “sitkussing, matras”), Hd. matratze, Eng. mattress uit Ofr. materas/matelas uit It. materasso/materassa, “net om op te lê”, uit Arab. matrah, “plek waar iets neergelê word; kussing”.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

matras: meisje of vrouw die met iedere man naar bed gaat; hoer. In het homojargon gebruikt voor een homo die promiscue is. In de (Vlaamse) studententaal een clubmatras genoemd, terwijl Vlaamse soldaten over een vrouwelijke beroepsmilitair spreken als een matras. Vgl. het Duitse slangwoord Matratze in dezelfde betekenis. In een recensie van Joost Zwagermans roman ‘Gimmick’ in Het Parool (15/04/1989) stelde de columnist dat de (onder studenten?) gebruikte zegswijze ‘Mag ik je even aan mijn matras voorstellen’ ontbreekt. Vgl. afgereden* fiets.

En pas toen realiseerde hij zich dat je van Jan veel kan zeggen, maar niet dat het een flikker was. En dat ze ooit een paar van elkaars ‘matrassen’ hadden beslapen. (Heere Heeresma, Eén robuuste buste, 1989)
Toen we in de Begijnenstraat aankwamen, schold die hele gevangenis ons uit voor Duitse hoeren: ‘Matrassen!’ Ik schrok ervan hoe vijandig de mensen waren. (vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse Rode Kruis gewerkt had, in Humo, 01/06/2004)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

matras (Oudfrans materas)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Matras
Van het Arab. matrah. Het werkwoord taraha, waarvan dit woord is afgeleid, beduidt van zich afwerpen, en Freytag geeft voor matrah geene andere beteekenis dan: de plaats waar iets geworpen wordt. Ik vind het evenwel in den zin van kussen, waarop men zit, matras, reeds bij een Spaansch-Arabischen schrijver der 11e eeuw, namelijk bij Ibn-Haijân, waar dit staat (apud Ibn-Bassâm, HS. van Gotha, fol. 4 r° vergeleken met het HS. van de Gayangos) : “Degeen, die dit verhaald heeft, voegde er bij, dat hij onder de rustbedden (forosj) in de zaal van dien man matârih [meervoud van matrah] gezien heeft, die van echt en zeer fraai fanekbont 1) waren gemaakt, en in de rondte gestikt waren met cinglatoen 2) van Bagdad.” (NOOT 1: De fanek (megalotis famelicus) geeft een geel bont (de Slane, Journ. asiat., Oct.-Nov. 1858, p. 464); behalve door Bruce, dien Quatremère (Notice sur Becri, p. 33) reeds heeft aangehaald, wordt het dier beschreven door Tristram, The great Sahara, p. 383 vg. Ook in ’t Middeleeuwsch Latijn is alfanegue de naam van dit bont, en ‘t woord is, in eenigszins gewijzigden zin, in ’t Sp. overgegaan; zie Engelmann, p. 30. Marmol was niet juist ingelicht toen hij, over Kairawân sprekende, schreef (Descripcion de Affrica, II, fol. 287, col. 1): “Zij, die daar thans wonen, zijn arm en veracht; meerendeels houden zij zich bezig met het bewerken van zekere kleine en zeer fijne vellen van lammeren, waarvan de sjaichs en voornamen onder de Bedowijnen mantels dragen eu die finque genoemd worden.”. NOOT 2: Daar de Arab. tekst siclâtoenî heeft (vgl. mijn Glossarium op den Bayân almogrib, p. 24), zoo heb ik dit door cinglatoen, de naam dien deze kostbare stof in de Middeleeuwen droeg, wedergegeven. Het woord is, zooals men weet, van Griekschen oorsprong). Nog tegenwoordig wordt het woord in dezen zin gebruikt, maar hoofdzakelijk, of misschien alleen, in Noord-Afrika; Bocthor geeft het onder matelas en onder lit, met de opmerking, dat het Barbarijsch is; Humbert, Guide de la conversation arabe, p. 203, petit matelas en sofa (Barbarie); men vindt het ook als matelas bij Marcel, in den Dictionnaire berbère, bij Roland de Bussy, L’idiôme d’Alger, p. 233, 529, en bij Martin, Dialogues arabes français, p. 77 (alle Barbarijsch dialect). In Egypte en in Syrië gebruikt men, om hetzelfde voorwerp aan te duiden, een ander woord, maar dat van denzelfden wortel is afgeleid, namelijk tarrâha. Freytag heeft dit opgenomen uit eene opteekening van Reiske op Golius en er de plaatsen bijgevoegd, die Habicht uit de 1001 Nacht heeft vermeld in ’t Glossarium op het tweede deel zijner uitgaaf; ik vind het bij een ouderen schrijver, namelijk bij Djaubarî (13e eeuw) in zijn boek over de goochelaars enz., waar staat (HS. 191, fol. 27 v°.): “Toen ging ik een fraai huis binnen, waarin ik zoodanige tapijten en t-r-h [weder een woord van denzelfden wortel en dezelfde beteekenis, dat bij Freytag ontbreekt; de vokalen zijn onzeker] zag, als alleen aan een rijken passen. Ik ging daar op eene fraaie tarrâha zitten” enz. Eenige andere voorbeelden kan men vinden bij Quatremère, Histoire des sultans mamlouks, I, 1, p. 147, die evenwel minder juist meende, dat het woord beduidt: une estrade qui supportait le trône du prince. Berggren geeft: matelas mince et petit pour les sofas, tarrâha; Humbert, Guide, p. 203: matelas, tarrâha; zie ook Bocthor onder matelasser; in ééne der door Quatremère aangehaalde plaatsen staat: “de tarrâha was uitgespreid,” en daar kan het geen estrade beduiden. Quatremère heeft gevonden, dat het synoniem was met martaba, en gedacht, dat dit alleen estrade beteekende, maar het beteekent ook matras. NOOT 1: De beteekenis van het woord martaba wordt betwist. De Sacy (Chrest. ar., 1, p. 70, 126) had gezegd, dat het coussin ou matelas de sofa beduidde; Hamaker heeft hem tegengesproken (in zijn Pseudo-Wâkidî, p. 182) en beweerd, dat het troon beteekende; Freytag heeft in zijn Lexicon den eersten gelijk gegeven en de beteekenis troon niet opgenomen. Het is werkelijk matras, want Humbert (p. 203), Bocthor en Marcel geven het als matelas. Evenwel, ofschoon de Sacy gelijk had, Hamaker had geen ongelijk; het woord beduidt wel degelijk troon en Freytag had die beteekenis moeten opnemen, want Pedro de Alcala geeft martaba als trono del rey, als silla real en als catedra o silla, en Ibn-Chaldoen (Geschiedenis der Berbers, I, p. 520 ed. de Slane) zegt, van een broeder des sultans sprekende : “Hij verlangde de martaba te verkrijgen en zag begeerig naar de heerschappij uit,” in welke plaats het woord niets anders dan troon kan beteekenen. Evenwel men moet onder dit woord niet hetzelfde verstaan als wij er mede bedoelen, en Alcala geeft ons, om zoo te zeggen, de trait d’union, die de twee beteekenisseu vereenigt, als hij martaba vertaalt door estrado de almohadas, d. i. eene estrade of laag raam met kussens of matrassen, waarop men zit. Derhalve is martaba zoowel eene enkele matras, als eene opeenstapeling van kussens of matrassen op eene estrade, en zoodanig is de troon der Oostersche vorsten. In den laatsten zin moeten worden opgevat de plaatsen: Kartûs, p. 156, r. 7; Ibn-Batoeta, II, p. 264; 1001 Nacht, I, p. 216 ed. Habicht; in den eersten: de Sacy, Chrest., I, p. 35, r. 3 v. o., p. 51, r. 5, en de plaats die Hamaker uit Pseudo-Wâkidî’s Syrië aanhaalt. In andere is ’t onzeker, welke beteekenis de schrijvers bedoeld hebben, daar, zooals ons gebleken is, beide in den grond dezelfde zijn.
Matrah, met het lidwoord al-matrah, is overgegaan in de Romaansche talen. De zuiverste vorm is ‘t Provenç. almatrac (Raynouard, II, p. 56) — de h in matrah is namelijk sterk geadspireerd — ; almatracum bij Ducange; Catal. almatrach; dan een Sp. vorm almadrac bij Yanguas, Diccion. de antig. del Reyno de Navarro, I, p. 30, uit een stuk van 1392; Sp. Port. almadraque. Het lidwoord en de sterke adspiratie, die door een Romaanschen uitgang vervangen is, zijn weggevallen in ’t Ital. materasso, Fr. materas en matelas, bij Ducange materacium en materatium. Onze Kiliaan, die mattras schrijft en het woord verkeerdelijk van mat afleidt (zooals ook later Ducange deed), geeft als ’t in zijn tijd gebruikelijke Lat. woord materassa.
Ten slotte moet ik nog verklaren, hoe matrah, in den zin van matras, samenhangt met de beteekenis van den wortel taraha. Dit werkwoord beduidt, zooals ik gezegd heb, van zich afwerpen; het wordt o. a. gebruikt van netten, die men uitwerpt (1001 Nacht, I, p. 21, 39 ed. Macnaghten). Nu was eene matras oorspronkelijk niet bestemd om er op te slapen, maar om er op te zitten; men legde, men wierp ze, óf op een laag raam, óf, ‘t geen gewoner was, op den grond 1), en als men elders plaats wilde nemen, nam men ze op en wierp ze op eene andere plaats. (NOOT 1: Vergelijk Berggren: matelas des sofas ou des divans, étalés sur un chassis bas, et le plus souvent arrangés par terre autour de l’appartement.) Zoo ziet men, welk verband er is tusschen werpen en matras, en vreemd zijn zulke overgangen in ’t Arab. niet, want terwijl taraha, zooals ik zeide, ook gebruikt wordt van ’t uitwerpen van netten, zoo beduidt tarrâh tegenwoordig in Algerië net (Roland de Bussy, p. 465).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

matras ‘beddenzak’ -> Noors madrass ‘beddenzak’ (uit Nederlands of Nederduits); Ests madrats ‘beddenzak’ (uit Nederlands of Nederduits); Pools materac ‘beddenzak’ (uit Nederlands of Duits); Russisch matrás ‘beddenzak’; Oekraïens matrás ‘beddenzak’ ; Wit-Russisch matrác ‘beddenzak’ ; Gã mantràs ‘beddenzak’; Noord-Sotho matrase ‘beddenzak’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa matrasi ‘beddenzak’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe matilasi ‘beddenzak’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho materase ‘beddenzak’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch † matelase, matras ‘beddenzak’; Sranantongo matrasi ‘beddenzak’; Saramakkaans mataási ‘beddenzak’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

matras beddenzak 1384-1407 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut