Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

materie - (stof, grondstof; onderwerp)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

materie zn. ‘stof, grondstof; onderwerp’
Mnl. materie ‘grondstof; onderwerp’ [1240; Bern.], materie ‘grondstof’ in daer materie in van uleesche was ‘waar als ingrediënt vlees in zat’ [1265; VMNW], ‘onderwerp, gegevens’ in dat ic die materie vensede ‘dat ik het verhaal zou hebben verzonnen’ [1287; VMNW], ‘materiaal, grondstof’ in van drooghen materie [1425; MNW]; vnnl. in de materie principale ‘in hoofdzaak’ [1582; Stall.], materie ‘grondstof, onderwerp’ [1599; Kil.].
Ontleend, wrsch. niet via Oudfrans matere, matiere, maar rechtstreeks aan Latijn māteria ‘grondstof, bouwstof’, afleiding van māter ‘oorsprong, bron; voortbrengster, moeder’, zie → moeder.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

materie [stof] {1201-1250} < latijn materia [hout, bouwmateriaal, grondstof, aanleiding], van mater [moeder].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

materie, metere, met(t)erie, zn.: etter. Vnnl. materie ‘etter, pus’ (Kiliaan), 1688 stinckende materie (C. Huygens jr.). In J. Ypermans ‘Medicina’ (14e eeuw) komt materie nog voor in de oorspr. bet. van materia peccans ‘ziektestof’. In een verder gevorderd stadium kon de ziektestof nl. in etter overgaan (Leuv. Bijdr. 1972, 20). Ook E. matter ‘pus, etter’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

materie, mateer, zn.: etter. Vnnl. materie ‘etter, pus’ (Kiliaan), 1688 stinckende materie (C. Huygens jr.). In J. Ypermans ‘Medicina’ (14e eeuw) komt materie nog voor in de oorspr. bet. van materia peccans ‘ziektestof’. In een verder gevorderd stadium kon de ziektestof nl. in etter overgaan (Leuv. Bijdr. 1972, 20). Ook E. matter ‘pus, etter’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

materie, meterie zn. v.: etter. Vnnl. materie ‘etter, pus’ (Kiliaan), 1688 stinckende materie (C. Huygens jr.). In J. Ypermans ‘Medicina’ (14de eeuw) komt materie nog voor in de oorspr. bet. van materia peccans ‘ziektestof’. In een verder gevorderd stadium kon de ziektestof nl. in etter overgaan (Leuv. Bijdr. 1972, 20). Ook E. matter ‘pus, etter’, N. materie ‘etter’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

materie (Al, B, R, ZO, ZV), martelie, mertelie (W), zn. v.: etter. Vnnl. materie 'etter, pus' (Kiliaan), 1688 stinckende materie (C. Huygens jr.). In J. Ypermans 'Medicina' (14e eeuw) komt materie nog voor in de oorspr. bet. van materia peccans 'ziektestof'. In een verder gevorderd stadium kon de ziektestof nl. in etter overgaan (Leuv. Bijdr. 1972, 20). Ook E. matter 'pus, etter'. De vorm martelie (ook Wvl.) door associatie met martelie 'marteling' en door r-epenthesis en r/l-wisseling uit materie.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

materie, matere etter (diverse dialecten). = materie « mlat. materia
TNF krt. 115, WNT IX 309-310.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

martelie (B, P, DB), marteelje (D, R), zn. v.: etter. Door associatie met martelie ‘marteling’ en door r-epenthesis en r/l-wisseling uit materie (west, noord, FV; ook standaardtaal) ‘etter’; ook E. matter ‘pus, etter’. Vgl. stinckende materie bij C. Huygens jr. (1688). In J. Ypermans ‘Medicina’ (14e e.) komt materie nog voor in de oorspr. bet. van materia peccans ‘ziektestof’. In een verder gevorderd stadium kon de ziektestof nl. in etter overgaan (Leuv. Bijdr. 1972, 20).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Materie (Lat. matéria = stof, grondstof; máter = moeder, voortbrengster, bron). Stof.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

materie ‘stof’ -> Indonesisch matéri ‘stof’; Menadonees matéri ‘stof’; Negerhollands materie, metering ‘stof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

materie stof 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal