Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mat - (vloerbelegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mat 1 zn. ‘gevlochten vloerbedekking’
Mnl. matte ‘gevlochten rieten kleed’ [1240; Bern.], matten daer men broet mede deckede ‘gevlochten matten waar men brood mee afdekte’ [1285; VMNW], die matte die onder hem lach ‘de slaapmat die onder hem lag’ [1300-25; MNW-R]; vnnl. matte ‘vloermat of dekmat, van riet, biezen of stro’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Laatlatijn matta ‘rietmat’, dat wrsch. ontleend is aan het Fenicisch; vergelijkbaar is Hebreeuws miṭṭā ‘bed, slaapbank’, bij het ww. nāṭāh ‘uitspreiden, uitstrekken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mat2 [van biezen e.d.] {matte [strozak] 1285} < latijn matta [mat] < punisch-fenicisch matta, verwant met hebreeuws miṭṭā [bed] → natté. Bij de uitdrukking zijn matten oprollen [zijn biezen pakken] valt te denken aan de matten waarop rondtrekkende kunstenaars hun kunsten plachten te vertonen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mat 1 znw. v. ‘uit biezen gevlochten’, mnl, matte, evenals ohd. matta (nhd. matte), mnd. matte, oe. meatte, matte (ne. mat) < lat. matta (sedert Augustinus) < phoenicisch, verwant met hebr. mittä ‘dek’ (bij nätä ‘uitspreiden’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mat I (uit biezen e.dgl. gevlochten kleed), mnl. matte v. = ohd. matta (nhd. matte) v., mnd. matte, ags. meatte, matte v. (eng. mat) “mat”. Ontl. uit lat. matta “id.”, dat uit het Phoenicisch wordt afgeleid. Ohd. matta is na de ohd. klankverschuiving ontleend. Een oudere ontl. is ohd. *mazza, mhd. nhd. dial. matze v.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

mat I (vlechtwerk). Het synoniem mnl. natte v. uit fr. natte, dat op een gallorom. nevenvorm van lat. matta met n- berust.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mat 3 v. (vloerbelegsel), Mnl. matte, gelijk Ohd. matta (Mhd. en Nhd. matte) en Ags. meatte (Eng. mat), uit Lat. mattam, (-a), een Semit. w., van waar ook Mlat. natta (Fr. natte)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

I. mat (de, -ten), 1. geweven of gevlochten vloermat, vloerkleed of karpet, niet de gehele vloer bedekkend. - 2. drijftil. Het tweede terrein van onderzoek gold de Coesewijne. Eerst beneden de zg. matten, ontoegankelijke drijvende massa’s waterplanten, die deze rivier halfweg volkomen afsluiten voor vervoer te water (Suralco Mag. 10 (3): 3; 1978). - Etym.: (1) AN m. is altijd gevlochten en bijna altijd van biezen, touw o.i.d., niet van textiel, en kan de vloer geheel bedekken. (2) Lijkt op een m.in bet. 1.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

mat I: vloerkleed; Ndl. mat (Mnl. matte), Hd. matte, Eng. mat, gaan terug op Lat. matta, “vloerkleed v. biesies gevleg”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mat ‘deurmat’ (Latijn matta); ‘moe, lusteloos’ (Oudfrans mat); ‘schaakmat’ (Oudfrans mat); ‘Spaanse munt’ (Frans matte?)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Mat (vloermat) van ’t Lat. matta = biezen kleed.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mat ‘kleed van biezen’ -> Deens måtte ‘kleed van biezen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors matte ‘kleed van biezen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds matta ‘kleed van biezen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins matto ‘kleed van biezen’ ; Ests matt ‘kleed van biezen’ (uit Nederlands of Nederduits); Pools mata ‘kleed van biezen’ (uit Nederlands of Duits); Russisch mat ‘kleed van biezen’; Zuid-Afrikaans-Engels matjiesgoed, matjiestou ‘materiaal voor matten’ ; Papiaments mat ‘kleed van biezen’; Sranantongo matamata ‘kleed van biezen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mat kleed van biezen e.d. 1285 [CG Rijmb.] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1488. Zijne matten oprollen,

d.i. weggaan, zijne biezen pakken, ‘opduwen’ (18de eeuw), opdoeken, opkramen, indoeken (Opprel, 61), de mars slaan (Sewel, 478). Voor de verklaring dezer uitdr., die o.a. voorkomt in V. Janus, 3, 181 zullen we moeten denken aan vloermatten of wel aan de matten, die rondreizende kunstenaars op den grond leggen om er hunne kunsten op te vertoonen, voor welke meening kan pleiten het Westvl. zijne schilderij oprollen en elders gaan zingen, vertrekken, heengaan, zijne matten oprollen (Schuerm. 589 b). Zie verder no. 229; Schuerm. 366 b; Joos, 88; Antw. Idiot. 1890; Ndl. Wdb. IX, 299; XI, 1136; XIII, 956; Nkr. II, 6 Sept. p. 3; VII, 8 Febr. p. 2; VIII, 5 Sept. p. 2: De aderlating zal het oude Europa zoo geweldig opgefrischt hebben, dat Uncle Sam zijn matten voortaan wel zal kunnen oprollen; De Tijd, 31 Jan. 1914, 2de bl. p. 1 k. 1: Heel de regeering rolt haar matten op, als protest tegen de uitspraak van den krijgsraad; Het Volk, 28 Oct. 1913, p. 1 k. 2: Die man is gesignaleerd. Als de christenen ooit weer wat te zeggen krijgen in de politek, kan hij zijn matten wel oprollen; 22 Oct. 1913, p. 5, k 2: Rolt nu uw matten maar, o booze socialisten; Handelsblad, 1 Oct. 1914, p. 1 k. 4 (avondbl.): Men heeft thans het onwrikbaar vertrouwen dat de Russen wel hun matten kunnen oprollen. Syn. zijne kousen oprollen (Harreb. I, 444 b). In het fri. de mâtten oprolje.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut