Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

masturbatie - (zichzelf seksueel bevredigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

masturberen ww. ‘zichzelf seksueel bevredigen’
Nnl. eerst het zn. masturbatie “de zelfbevlekking” [1832; Weiland], dan masturberen ‘zichzelf seksueel bevredigen’ [1847; Kramers].
Ontleend aan Latijn masturbāri ‘masturberen’, waarvan de etymologie onduidelijk is. Wellicht is het een oude samenstelling van mās ‘man’, oorspr. misschien ‘penis’ en turbāre ‘opwinding veroorzaken’, zie → turbulent (Adams 1985). Andere mogelijkheden zijn: samentrekking van het eerste lid uit manibus ‘met de handen’, ablatief mv. van manus ‘hand’, zie → manuaal en het reeds genoemde turbāre; of verbastering, onder invloed van turbāre, van *man-stuprāre, uit manus ‘hand’ en stuprāre ‘onteren, verkrachten’ (Walde/Hofmann); of verband (door ontlening?) met Grieks mastḗr, nomen agentis van masteúein ‘zoeken, verlangen’, waarvan de verdere herkomst onzeker is.
Lit.: D.Q. Adams (1985), ‘Latin mas and masturbari’, in: Glotta 63, 241-247

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

masturbatie ‘het masturberen’ -> Indonesisch masturbasi ‘het masturberen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal