Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

marren - (dralen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

marren* [dralen] {merren, marren [talmen] 1285} oudsaksisch merrean, oudhoogduits merran, oudfries meria, oudengels mierran [hinderen] (engels to mar), gotisch marzjan [ergernis geven]; buiten het germ. latijn mora [oponthoud], oudiers maraim [ik blijf], litouws maršas [vergeten], oudindisch mṛṣyate [vergeten, veronachtzamen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

marren ww. (verouderd) ‘talmen’, mnl. mnd. mhd. marren, oe. mearrian naast mnl. mnd. mhd. merren, ohd. merran, os. merrean, oe. mierran ‘hinderen, storen’, got. marzjan ‘ergeren’. — oi. mṛṣyati ‘vergeten, vernalatigen’, marṣa- ‘gedulď, lit. mar̄šas ‘vergeten’ (IEW 737).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

marren 1 ono.w. (dralen, toeven), Mnl. merren, Os. merrian + Ohd. merren (Mhd. id.), Ags. mearran (Eng. to mar), Go. marzjan = ergernis geven, hinderen, storen + Skr. mṛṣyate, Lit. mirszti: Idg. wrt. mers, uitbreiding van mer: Lat. mora = oponthoud, Oier. maraim = blijven.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut