Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

markeren - (merken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

markant bn. ‘opvallend’
Nnl. marquant ‘uitstekend, in het oog vallend’ [1847; Kramers], markant ‘opvallend, in het oog springend’ in eenige min of meer marquante onderscheidingsteekenen [1857; WNT Aanv.], een markante verschijning [1893; WNT tors II], de markante vissmaak [1952; WNT visch].
Ontleend aan Frans marquant ‘opvallend’ [1721; Rey], teg.deelw. van marquer ‘markeren, aanduiden, benadrukken’, ouder Normandisch-Frans merchier (uitgesproken met /k/) ‘markeren, van een teken voorzien’ [1121-34; TLF], een afleiding van Normandisch-Frans merc ‘merkteken’ [12e eeuw; Rey] (Nieuwfrans marque ‘merk, merkteken’), dat ontleend is aan Oudnoords merki ‘merkteken, grensteken’, zie → mark ‘grensgebied’ en → merk ‘merkteken’.
De Franse vorm marquer is ontstaan onder invloed van Italiaans marcare ‘markeren, van een teken voorzien’, afleiding van marco ‘merkteken’, middeleeuws Latijn marca, merca ‘id.’ dat ook ontleend is aan het Germaans.
markeren ww. ‘met merktekens aanduiden’. Vnnl. marqueren ‘teekenen, merken’ [1669; Meijer], Nnl. markeren ‘aangeven’ in als de troefkaart omgekeerd is, mag men geene honneurs meer markeeren [1810; WNT roemen], ‘met tekens aangeven’ in men markeert de grens door twee kleine loodrechte streepjes [1899; Groene Amsterdammer], ook figuurlijk ‘aangeven, een teken zijn van’ in een boek dat een overgangsperiode markeert [1955; WNT respect], ‘van merktekens voorzien’ in “lijntrekkers”, die ook invoegstroken markeren [1966; WNT Aanv. invoegen I]. Ontleend aan Frans marquer ‘markeren, aanduiden’, zie hierboven, misschien via Duits markieren ‘id.’ [18e eeuw; Kluge], dat eveneens ontleend is aan Frans marquer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

markeren [merken] {1861-1862} < frans marquer, uit het germ., vgl. merk.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

markeren (Frans marquer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

markeren merken 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut