Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

marel - (grutto)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Marel Volksnaam voor de Grutto op Texel, in de provincie Zuid-Holland en op Schouwen (Zld), maar daar als Weimarel. Vroeg 1764 voert de naam “Grutto of Maarl” en Wegman 1765 “Meerl”. Mogelijk heeft de vogelnaam Merel (voor Turdus merula) uitspraak en schrijfwijze van de naam voor de Grutto beïnvloed; maar het vocalisme kan ook fries zijn (vgl. sub Mearn en Meen). [Dijksen 1992; Rynja 1983, Ben van As, Schiedam; Beekman et al. 1986]
ETYMOLOGIE volgens vDE 1993 als volgt: N Marel morelle (‘Grutto’; maar Wilms 970209,1 heeft voor deze F naam de betekenis ‘Meerkoet’) more, maure ‘Moor, bewoner van het oude Mauretanië (= Marokko)’ Maurus Maûros mauroûn ‘donker maken’ (i.v.m. de donkerbruine huidskleur van deze mensen). In F moreau, morelle ‘moor, zwart paard’ en F Morillon ‘Kuifeend’ is met de naam de kleur zwart bedoeld. De toepassing op de Grutto is wat de kleur betreft niet erg geslaagd, want de Grutto is eerder bruinrood dan zwart-bruin (vgl. Morinelplevier ↑, die dezelfde bruin-rode kleur op de buik heeft).
[In de N naam Moorse Nachtzwaluw (Caprimulgus ruficollis Temminck 1820) (komt niet in N voor) wordt met ‘Moorse’ naar het thuisland Marokko verwezen (de soort komt ook in Spanje voor).]
De Vries (1911; 1928) vermeldt echter de helgolandfriese namen Grot Marling (Groot Maerlyng) (= Grutto) en Road Marling (Roâ’ Maerlyng) (= Rosse Grutto). Het is moeilijk voorstelbaar dat deze namen geen verband zouden houden met de ingekorte vorm fries Mearn ↑ (= Rosse Grutto), Mering (= Grutto) op het voormalig eiland Wieringen en inderdaad, de onderhavige naam voor de Grutto op o.a. Texel. Invloed van het F wordt dan gelijk een stuk minder aannemelijk, hoewel die misschien voor zuidhollands Marel nog steeds zou kunnen gelden.
Wanneer we de etymologie van deze namen geheel binnen het friese taalgebied willen houden, moeten we uitgaan van *Mars(k)ling en/of *Mers(k)ling, waarbij fries marsk, mersk ‘mars- land, laag en drassig land’ en -ling = ‘zoon van’, ‘product van’. Dit is formeel en naar betekenis overtuigender dan uitgaan van oudnoords myrr ‘moeras’.

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

marel [grutto] {1789} < frans morelle [idem], van more [moor], zo genoemd vanwege zijn kleur.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

marel m., uit Fr. morelle, een afleid. van more = moor, wegens zijn kleur.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut