Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

manoeuvre - (wending, gevechtsoefening, handelwijze)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

manoeuvre zn. ‘wending, gevechtsoefening, handelwijze’
Nnl. manoeuvre “verrichting, daad, beweeging, krijgsverrichting” [1777; Meijer], ‘wending van schip, auto, vliegtuig, paard, schaakstuk enz.’ in wanneer het eene schip na het ander ... dezelfde manoeuvre verricht [1782; WNT wenden II], ‘militaire verrichting of gevechtsoefening’ in troepen, die ... een manoeuvre moeten verrigten [1861; WNT rendez-vous], overdrachtelijk in ‘handeling of werkwijze om een doel te bereiken’ in eene politieke manoeuvre [1867; WNT vermoeden II], ook de spelling maneuvre, maneuver in (een verkeersongeluk) door een verkeerde maneuvre ‘door een verkeerde wending bij het besturen’ [1931; Vaderland].
Ontleend aan Frans manoeuvre ‘militaire manoeuvre’ [1694; TLF], ‘kunstgreep om iets te doen slagen’ [1690; TLF], ‘handeling om een schip te doen wenden, wending’ [1616; TLF], eerder al maneuvre ‘handarbeid’ [1309; TLF], Picardisch manuevre ‘karwei met de hand’ [1248; TLF], en Provençaals manevre ‘arbeid’ [ca. 1180; TLF] < vulgair Latijn manuopera ‘id.’, afleiding van het ww. manuoperare ‘werken met de handen’ < klassiek Latijn manū operārī ‘met de hand werken’, waarin manū de ablatief is van manus ‘hand’, zie → manuaal; en voor operārī ‘werken’ zie → opereren.
manoeuvreren ww. ‘behendig (laten) bewegen, regelen’. Nnl. manoeuvreren ‘manoeuvres uitvoeren of laten uitvoeren’ in Waldek manoeuvreert excellent ‘W. is zeer goed in het laten uitvoeren van (militaire) manoeuvres’ [1777; WNT], ‘behendig laten bewegen’ in ... die steeds ijverig met den waaier manoeuvreerde [1872; WNT], ‘handig te werk gaan’ in hij wist zoo te manoeuvreeren dat zijn broer benoemd werd [1904; WNT], ‘behendig bewegen’ in handig manoeuvreerde Lidy tusschen den rommel door [1929; WNT Aanv. clubfauteuil]. Ontleend aan Frans manoeuvrer ‘strategisch handelen’ [1678; TLF], eerder al manuvrer ‘met de hand verrichten’ [ca. 1100; TLF] < vulgair Latijn manuoperare ‘werken met de handen’, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

manoeuvre [handgreep] {1858-1862} < frans manoeuvre < middeleeuws latijn manuopera [herendienst, corveedienst], van manu [met de hand], 6e nv. van manus [hand] + operari [bezig zijn met, werk verrichten], van opus (2e nv. operis) [werk].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Maneuwels snw. (mv.), fratse. – In ongeveer dieselfde vorm en betekenis kom die woord in die volkspraak nog oor feitlik die hele Nederlandse taalgebied voor. Ter Laan (meneuvels), Gunnink (mǝneuvǝls). Boekenoogen (maneuvels), Opprel (mǝneuvǝls). Dek. (meneuvels), Corn. en Vervl., ens.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

manoeuvre (Frans manœuvre)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

manoeuvre ‘handgreep’ -> Indonesisch manuvre, manuver ‘handgreep’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

manoeuvre handgreep 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut