Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mannequin - (etalagepop; iemand die kleding presenteert tijdens een modeshow)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mannequin zn. ‘etalagepop; iemand die kleding presenteert tijdens een modeshow’
Nnl. mannequin ‘ledenpop’ in de blijspeltitel Josephine mannequin of het beweegbaar beeld (van B.A. Fallee) [1807; Picarta], ‘karakterloos mens’ [1824; Weiland], ‘vrouw die kleding presenteert tijdens een modeshow’ [1910; Centrum].
Ontleend aan Frans mannequin ‘ledenpop’ [1614; Rey], via ‘afgietsel dat dient als model voor couturiers’ [1806; Rey] en ‘etalagepop’ [19e eeuw; Rey] ook ‘levend mannelijk pasmodel’ [1814; Rey] en ‘levend vrouwelijk pasmodel’ [1862; Rey], i.h.b. ‘vrouw die collecties van haute couture presenteert’ [20e eeuw; Rey], welke laatste nu ook in het Nederlands de belangrijkste betekenis is. Het Franse woord betekent oorspr. ‘mannetje, menselijk beeldje’ [1475; Rey] en is ontleend aan mnl. mannekin [1291; VMNW], verkleinwoord van → man.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mannequin [ledenpop] {1807} < frans mannequin < middelnederlands mannekijn [mannetje, pop] {1292} tot in de 19e eeuw werd damesmode bekend gemaakt door het sturen van poppen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

mannequin

Mannequin is een negentiende-eeuwse overneming van het gelijknamige Franse woord dat evenwel op zijn beurt een ontlening is aan het Middelnederlandse mannekijn, mannetje, poppetje. De eigenlijke betekenis is dus: pop en vandaar: ledepop, houten pop met beweeglijke ledematen, zoals die in gebruik is bij schilders en bij modehuizen. Men plooit de gewaden om zulk een pop heen. Ook een voor hetzelfde doel gebruikte rieten korf wordt wel mannequin genoemd. Pas later wordt het woord ook toegepast op jonge vrouwen die als kostuumdraagster voor een modehuis optreden. En tenslotte bezigt men het voor: onzelfstandig mens die aan de leiband van een ander loopt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mannequin znw. m., sedert de 19de eeuw < fra. mannequin ‘modelpop’, dit sedert de 15de eeuw < mnl. mannekîn ‘mannetje’. Dit woord ook > ne. manikin ‘ledepop voor artistenateliers; model van het menselijk lichaam voor het aantonen van de anatomische bouw’ (sedert 1570, vgl. Bense 208).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† mannequin znw., 19e-eeuwse ontlening uit fr. mannequin, dat op zijn beurt is ontleend uit mnl. mannekijn o. ‘poppetje’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

mannekyn s.nw.
1. Pop waarop klere in winkels vertoon word. 2. Persoon wat klere en bykomstige modeartikels vertoon.
Uit Ndl. mannequin (Mnl. mannekijn in bet. 1), in bet. 2 so genoem omdat die persoon vanweë sy of haar taak aan 'n pop in 'n winkel herinner.
D. Mannequin (18de eeu), Eng. mannequin, manikin, Fr. mannequin (in bet. 1).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mannequin (Frans mannequin)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mannequin ‘paspop; persoon die mode toont’ -> Indonesisch manekin ‘persoon die mode toont, model’; Javaans manekuin ‘paspop; persoon die mode toont’; Papiaments mannequin, manikin ‘paspop; persoon die mode toont’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

mannequin [model dat kleding toont aan het publiek] (1802). Lange tijd is gedacht dat de Nederlanders tijdens de Franse tijd (1795-1813) uit afkeer van de bezetter slechts weinig leenwoorden overnamen, maar inmiddels weten we wel beter. De Fransen hebben op allerlei terreinen vernieuwingen gebracht, en daarmee is een stortvloed aan Franse woorden het Nederlands binnengedrongen. Op het gebied van de mode was dat bijvoorbeeld coiffeur, dat in 1802 voor het eerst in een Nederlandse tekst werd aangetroffen. Andere termen op het gebied van de mode die we in deze periode uit het Frans hebben overgenomen, zijn kostuum, coiffeur, tule, fournituren en pantalon.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mannequin paspop, ledenpop 1807 [Picarta: titel van B.A. Fallee] <Frans

mannequin persoon die nieuwe mode toont 1914 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut