Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

manna - (hemelbrood; onverwachte, weldadige gave)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

manna zn. ‘hemelbrood; onverwachte, weldadige gave’
Mnl. manna ‘bijbels hemelbrood’ in manna moestemen tileke lesen ‘manna moest men vroeg verzamelen’ [1285; VMNW]; vnnl. manna, man ook algemener ‘hemelse gave’ in man des godsdiensts ‘de hemelse gave van de godsdienst’ [1620; WNT]; nnl. manna ook ‘onverwachte of ongedacht grote geschenken’ in 't regent manna op dat huis [1868; WNT].
Ontleend aan christelijk Latijn manna, man ‘hemelbrood’, dat ontleend is aan nieuwtestamentisch Grieks mánna, man ‘id.’, dat weer ontleend is aan Aramees mannā, Hebreeuws mān ‘hemelbrood, gave’, misschien letterlijk ‘honingdauw’.
In het bijbelboek Exodus 16 wordt verteld hoe het Joodse volk tijdens de tocht uit Egypte vreest in de woestijn van honger om te zullen komen; in de ochtend ligt er echter een witte dauw of rijp, die uit een soort graankorrels blijkt te bestaan, manna.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

manna [hemels voedsel] {1285} < aramees mannā < hebreeuws mān, vgl. arabisch mann [geschenk, honingdauw, manna], bij het ww. manna [welwillend zijn, gunsten verlenen].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

manna o., uit bijbelgr. mánna, van Aram. manna, Hebr. mān, dat wellicht = gave.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

manna s.nw.
1. Broodagtige soort voedsel wat elke dag, behalwe die Sabbat, deur God aan die Israeliete voorsien is in die woestyn Sin tydens hul tog na Kanaän. 2. Suikeragtige afskeiding van die blomdraende esboom wat as lakseermiddel gebruik word, of eetbare afskeiding van enigeen van o.a. die bloekomboom, kameeldoringboom en tamarisk. 3. Iets wat op goddelike wyse verskaf word om die gees te versterk. 4. Enigeen van 'n aantal grassoorte, sommige waarvan as graan of vir veevoer gekweek of waarvan die saad as voëlkos gebruik word. 5. Soeterige, eetbare stof wat op die blare of stamme van bome uitgeskei word deur sekere insekte, veral plantluise. 6. Iets baie waardevols, bruikbaars, nuttigs of welkoms, wat moeiteloos of onverwags bekom word.
In bet. 1, 2 en 3 uit Ndl. manna (al Mnl. in bet. 1, 1608 in bet. 2, 1855 - 1869 in bet. 3). Bet. 4, 5 en 6 het in Afr. self ontwikkel.
Ndl. manna uit Aramees manna uit Hebreeus man 'geskenk', of Ndl. manna uit Latyn manna uit Hebreeus man hu 'wat is dit?' of uit Arabies mann 'suikeragtige sap van 'n sekere struik'.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam

manna [hemels voedsel]. Het is enigszins bevreemdend dat prof. Dozy aan dit woord geen plaats heeft gegeven in zijn Oosterlingen, daar het stellig van Semitische afkomst is en een bekend handelsartikel aanduidt. Het echte manna is een in kleine, gele, doorzichtige korrels voorkomende substantie, verhard uit het taaie en zoete sap dat uit een zekere in Arabië veel voorkomende struik, de Tamarix mannifera, vloeit ten gevolge van talloze voor het blote oog onzichtbare wondjes, door de steek van een insect, Coccus manniparus, teweeggebracht. Deze stof is, daargelaten het wonderbare gelegen in de verbazende overvloed waarin ze zich voordeed tijdens de omzwervingen van de Israëlieten in de woestijn van Arabia Petraea en in de omstandigheden waaronder ze zich vertoonde, hoogstwaarschijnlijk niet verschillend van dat hemels brood dat in Exodus 16 onder de naam van man wordt vermeld. Manna is daarvan de gewone vorm, gebezigd in het Aramees dialect dat ten tijde van de opkomst van het christendom in Palestina werd gesproken en daarom ook, bij aanvoering van woorden in de landstaal, in het Nieuwe Testament wordt gebruikt (Johannes 6: 31, 49, 58; Hebreeën 9: 4; Openbaring 2: 17). Het woord man betekent in het Arabisch een ‘geschenk’, een ‘gave’, en wanneer de Arabische schrijvers het bovenbeschreven manna mannoe’s samáï, dat is ‘gave des hemels’, noemen, dan schijnen ook zij aan een wonderbare oorsprong te denken, hetzij alleen omdat de herkomst van deze stof ook voor hen in het duister school, hetzij omdat de kennis van de wonderbare spijziging van de Israëlieten in de woestijn ook tot hen was doorgedrongen. Voor dit laatste pleit de overeenkomst met de uitdrukkingen hemels brood en hemels koren, die in psalm 105: 40 en 78: 24 worden aangetroffen. Bij de nauwe verwantschap tussen de Hebreeuwse en Arabische talen is er volstrekt geen reden om bezwaar te maken, ook in het Hebreeuws de betekenis van ‘gave’ aan het woord manna toe te kennen. En wanneer wij dan in Exodus 16: 15 lezen dat de Israëlieten, het manna ziende en niet wetende wat het was, tot elkaar zeiden: man hoe, dan is er geen reden om dit anders dan met ‘dit is een gave’ te verklaren. Vers 31 wil dan ook zeker slechts te kennen geven, dat man, dat is gave, sindsdien de naam bleef van dit van de hemel neergedaald geschenk. Er bestaat wel een andere verklaring van die uitdrukking man hoe, aan de Griekse Septuagint ontleend, volgens welke die woorden op vragende toon moeten worden uitgesproken en vertaald worden: ‘wat is dat?’ zodat, ten gevolge van die vraag, ‘wat’ de naam van de onbekende stof zou zijn gebleven. Maar man als vragend voornaamwoord komt wel voor in de latere Aramaïserende taal van Palestina, maar is in het echte Hebreeuws onbekend.39

De naam manna is later ook aan andere soortgelijke in de handel voorkomende stoffen gegeven, zoals aan het manna van Fraxinus ornus, waarvan de uitvloeiing mede door de steek van een insect, Cicada orni, wordt bevorderd, of dat van Hedysarum Alhagi, een struik op wier takken en bladeren zich korrels als gekristalliseerde suiker vormen, die men tegen het najaar op ieder uur van de dag kan inzamelen. Van deze gewassen komt het eerstgenoemde vooral in Italië, het andere, behalve in Perzië, ook in Arabië voor. [V]

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Manna, voedsel dat uit de lucht naar beneden komt vallen; algemener: dat wat naar beneden komt vallen; (fig.) iets dat onverwacht gebeurt of in overvloed komt en in de regel zeer welkom is; geluk; geld.

Toen de Israëlieten door de woestijn trokken en gebrek aan voedsel hadden, liet God iedere ochtend voedsel neerdalen uit de lucht. 'Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag' (Exodus 16:14, NBV). Dit wordt in latere bijbelboeken manna genoemd, bijvoorbeeld in Jozua 5:12, 'Er kwam die dag geen manna meer; de Israëlieten kregen vanaf toen nooit meer manna. Ze aten dat jaar van de opbrengst van de akkers van Kanaän' (NBV). In Openbaring 2:17 is sprake van een overdrachtelijke betekenis; hier wordt gerefereerd aan geestelijk voedsel: 'Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven' (NBV). Manna wordt ook wel brood uit de hemel genoemd. In het hedendaagse Nederlands wordt het woord gebruikt voor (eetbare) zaken die naarbeneden komen vallen, of voor iets dat onverwacht gebeurt maar zeer welkom is, en daarom ook: geld, geluk.

Rijmbijbel (1271), v. 4327-31. Ghene dau lach vpt felt. Al omme ende omme hare ghetelt. Dat was cleen corea[n]de[r] ende wit. Ghelijc rime ombesmit. Manna hiet tfolc van ysrahel. (Die dauw lag overal rondom hun tenten op de grond. Het was fijne coriander en wit als verse rijp. Manna noemde het volk van Israël het.)
Liesveldtbijbel (1526), Jozua 5:12. Ende dat Manna hielt op, des anderen daechs. (Statenvertaling (1637): het Man i.p.v. dat Manna).
De verlaten parkeerplaats is een krakend maar eetbaar tapijt van beukenootjes en tamme kastanjes. 'Manna', wijsneus ik, 'dankzij de storm ligt het eten hier net als humor en poëzie gewoon op straat.' (NRC, 12-1-1999)
[De man die zijn vrouw aan de meeuwen voert:] Kom maar jongens, kom maar! Tast maar flink toe. Hier ligt het manna van twintig jaar ongelukkig huwelijksleven. (J. Wolkers, Alle verhalen, 1981, p. 139)
De een na de ander, ook ik, gooit zijn tot vandaag gekoesterde bezit [uit cigarettenpakjes geknipte kaartjes] zomaar de lucht in, en als manna komt het omlaag. (N. Matsier, Gesloten huis, 1995 (1994), p. 42)
Voor de sociaal-democraten kwam het CDA-voorstel om de AOW (het levenswerk van Vader Drees) voor vier jaar te bevriezen daarom als manna uit de hemel: een gouden kans om het sociale blazoen weer op te poetsen. (NRC, maart 1994)
Heeft geen enkele partijverantwoordelijke zich dan de vraag gesteld waar al dat manna vandaan kwam dat financiële putten vulde en plots van alles mogelijk maakte? (De Standaard, nov. 1995)
Ik verwacht echt niet dat het manna voor me uit de hemel zal vallen. [Betekenis: dat ik het geluk in de schoot geworpen zal krijgen, dat ik royaal bedeeld zal worden (in niet-materiële zin)] (Gehoord, jaren '90)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

manna (Latijn manna)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

manna ‘hemels voedsel’ -> Papiaments † manna ‘hemels voedsel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

manna hemels voedsel 1285 [CG Rijmb.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut