Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

manipuleren - (hanteren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

manipulatie zn. ‘toepassing van kunstgrepen’
Nnl. manipulatie ‘bewerking’ [1805; Meijer], ‘behandeling, scheikundige bewerking, het bestrijken’ [1824; Weiland], manipulatie (hier: ‘koersbeïnvloeding’) van een speculanten-koning [1900; Groene Amsterdammer], eigenaardige manipulatie ‘eigenaardige kunstgreep’ [1900; Groene Amsterdammer].
Internationaal neologisme uit de 18e eeuw, door het Nederlands wrsch. ontleend aan Frans manipulation ‘duistere manoeuvre’ [1767; Rey], ‘chemische behandeling’ [1760; Rey], afleiding van manipuler ‘in het laboratorium behandelen’ [1765; Rey], afleiding van manipule ‘handvol (medicijningrediënten)’ [1478; Rey], dat ontleend is aan Latijn manipulus ‘handvol’, een afleiding van manus ‘hand’, zie → manuaal, met een onduidelijk tweede element, dat mogelijk samenhangt met Latijn -plēre ‘vullen’, verwant met → vol.
manipuleren zn. ‘behandelen, betasten; slinks beïnvloeden’. Nnl. manipuleren ‘behandelen, betasten, (geneeskrachtig) bestrijken’ [1824; Weiland], manipuleerde hij met bedragen ‘paste hij kunstgrepen toe ...’ [1910; NRC]. Ontleend aan Frans manipuler. De betekenis ‘geneeskrachtig bestrijken’ is in het Frans onbekend en is wrsch. overgenomen van Duits manipulieren ‘id.’ [18e eeuw; Pfeifer].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

manipuleren [hanteren] {1824} < frans manipuler [idem], van maniple [handvol] (vgl. manipel1).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

manipuleer ww.
1. Hanteer, beheer, bewerk of bewerkstellig, dikw. op 'n behendige wyse, en veral met die hande. 2. Die bestaan, ontwikkeling of verloop van iets beheer, bepaal of rig. 3. Daarin slaag om 'n houvas of mate van beheer of beïnvloeding oor iemand of iets te bewerkstellig, soms op 'n slinkse of listige manier en dikw. vir eie gewin. 4. Beïnvloed, beheer of 'n aanpassing laat ondergaan deur die finansiële mark aan transaksies anders as die normale te onderwerp. 5. (geneeskunde) Behandel deur 'n beseerde liggaamsdeel of liggaamsdele in die korrekte posisie te bring of passiewe bewegings te laat uitvoer.
Uit Ndl. manipuleren (1824 in bet. 1) of meer wsk. uit Eng. manipulate (1834 in bet. 1, 1862 in bet. 3, 1870 in bet. 4, 1899 in bet. 5).
Ndl. manipuleren en Eng. manipulate uit Fr. manipuler van maniple 'handvol', 'n afleiding van Latyn manipulus 'handvol', met lg. gevorm van manum (4de naamval van manus 'hand') en implens 'vullend'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

manipuleren hanteren 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut