Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

manifest - (duidelijk, blijkbaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

manifest bn. ‘duidelijk, blijkbaar’
Vnnl. manifest ‘duidelijk’ [1531; MNHWS].
Ontleend aan Frans manifeste ‘duidelijk, evident’ [1262; Rey], eerder al ‘duidelijk schuldig’ [eind 12e eeuw; Rey], ontleend aan Latijn manifestus, ouder manufestus, ‘duidelijk schuldig, openlijk’, een afleiding of samenstelling bij manus ‘hand’, zie → manuaal, met een onduidelijk tweede lid.
manifesteren ‘openbaren, een betoging houden’. Mnl. gemanifesteert (= metten vingere gewijst) ‘aangewezen’ [1451-1500; MNW]; vnnl. manifesteren ‘bekend maken’ [1847; WNT]. Ontleend aan Frans manifester ‘aanwijzen, tonen’ [eind 14e eeuw; Rey], eerder ‘bekend maken, proclameren’ [ca. 1150; Rey], dat weer ontleend is aan christelijk Latijn manifestare ‘openbaren’, afleiding van klassiek Latijn manifestus. ♦ manifest zn. ‘publieke verklaring’. Vnnl. het manifest ‘de verklaring’ [1620; Picarta], manifest oft openbare verklaringe [1628; Picarta]. Ontleend, zowel rechtstreeks als via Frans manifeste ‘manifest’ [1574; Rey], aan Italiaans manifesto ‘publieke verhandeling’ [1559-1602; Battaglia], eerder ‘officiële aanklacht’ [14e eeuw; Battisti], een zelfstandig gebruikt bn. dat ontleend is aan Latijn manifestus ‘duidelijk schuldig, openlijk’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

manifest [zich duidelijk vertonend] {1531} < frans manifeste < latijn manifestus (vgl. manifesteren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

manifest znw. o., sedert de 17de eeuw < fra. manifeste (sedert de 17de eeuw) verbaal-abstract van manifester < lat. manifestare ‘bekend maken’. Het bnw. manifest ‘zich duidelijk tonend’ < fra. manifeste (reeds sedert de 12de eeuw). — Mnl. manifesteren (éénmaal voorkomend) wordt weergegeven met metten vinghere wisen en bet. ‘met ere noemen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

manifest znw. o. In de 17. eeuw uit fr. manifeste ontleend, een vroeg-17.-eeuwsche verfransching van lat. manifestum. Mnl. komt eenmaal manifestêren met de vertaling metten vinghere wîsen voor in de bet. “met eere noemen”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

manifest ‘openbare bekendmaking; vrachtlijst’ -> Indonesisch manifés ‘openbare bekendmaking; vrachtlijst’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

manifest zich duidelijk vertonend 1531 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut