Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mandril - (hondsaap)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mandril [aap] {1847} < engels mandrill, van man + een inheemse West-Afrikaanse benaming dril.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mandril znw. m. ‘apengeslacht uit Guinea’ < fra. of ne. mandrill, welk woord wel uit de taal der inboorlingen zal zijn overgenomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mandril m., wellicht de inlandsche naam in West-Afrika.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

mandril: aaps. uit Wes-Afrika (Cynocephalus maimon (mormon) v. d. gesl. Papio); Ndl. mandril, wsk. uit Eng. mandrill (1744), Fr. mandrill (blb. later as Eng.), vermoed word herk. uit Wes-Afr. inboorlingt.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mandril (Engels mandrill)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mandril hondsaap 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut