Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mammoet - (grote prehistorische olifant (geslacht Mammuthus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mammoet zn. ‘grote prehistorische olifant (geslacht Mammuthus)’
Vnnl. mammout ‘voorhistorische olifant’ [1692; Van der Sijs 1998]; nnl. mammut, mammouth, mammoet ‘voorwereldlijke olifant’ in de samenstelling mammutstanden ‘mammoetstanden’ [1710; WNT uitvallen], het gehele geraamte van eenen mammouth [1816; WNT], mammoet [1894; Wolters EN], overdrachtelijk ook ‘zeer groot exemplaar’ in de mammoet onder de ... voertuigen was een brugleggende tank [1963; WNT].
Ontleend aan verouderd Russisch mámont, dat wrsch. ontleend is aan het Mansisch, een Oeralische taal die in West-Siberië wordt gesproken. OED3 reconstrueert een protovorm *mēmoŋt dat letterlijk ‘aardhoorn’ zou betekenen, op grond van modern Mansisch ‘aarde’, māxar ‘mammoet’ (een andere samenstelling met als tweede lid ‘hert’) en oute ‘hoorn’. Russisch mamut zonder -n- (mam(m)ut) is pas in de 19e eeuw geattesteerd en de afwezigheid van de -n- in het woord voor mammoet in de meeste West-Europese talen is door Van der Meulen verklaard als een zetfout: in het oudste West-Europese boek waarin van het dier sprake is, Noord en Oost Tantarye van de Amsterdammer Nicolaas Witsen uit 1692, staat mammout voor Russisch mamont: de n is als u gelezen.
Er bestaan ook andere voorstellen voor de verdere herkomst: BDE veronderstelt ontlening aan het Oostjakoetisch, een Finoegrische taal, waar het ‘aardevreter’ betekent, omdat de mammoet met zijn slurf of slagtanden in de aarde zou graven; ook Fins maa betekent ‘aarde’. Volgens Kluge is het ontleend aan het inmiddels vrijwel uitgestorven Joeraaks, een van de Samojeedse talen (die met de Finoegrische talen tot de Oeraalse taalfamilie behoren), eveneens met de betekenis ‘aardevreter’. TLF denkt aan ontlening uit een Tataarse taal, uit de Turkse taalfamilie, maar in die talen lijkt geen woord te bestaan waarmee mamot verbonden kan worden (OED). Het woord stamt in ieder geval uit een taal van de toendra- en permafrostgebieden van noordelijk Europa, een van de leefgebieden van de mammoet.
Met mammoet in de betekenis ‘zeer groot exemplaar’ zijn al sedert de 19e eeuw samenstellingen gevormd, zoals mammoethpers ‘zeer grote, snelle op stoom werkende drukpers’ [1863; WNT reus I], mammouthsboom ‘reuzenboom, sequoia’ [1911; WNT reus I], mammoetconcern ‘zeer groot concern’ [1962; WNT Aanv.], mammoettanker [1973; WNT Aanv.], mammoetwet (NN) ‘onderwijswet uit 1963 met veel nieuwe regelingen’ [1961; WNT Aanv.].
Lit.: R. v.d. Meulen (1927), ‘De naam van den mammouth’, in: Mededeelingen der Koninklijke Academie van wetenschappen, afdeling Letterkunde, serie A, 63; Van der Sijs 1998

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mammoet [prehistorische olifant] {mamont 1692, mammouth 1824} < russisch mamont, mamout, mamot, waarvan de herkomst onzeker is; wellicht uit een turkse taal.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mammoet znw. m., ouder mamoeth, vgl. fra. mammouth met de uitgang th van Behemoth. Reeds 1692 vinden wij bij Witsen de vorm mammout door verschrijving voor russ. mamont. Dit is een oorspr. jakoetisch woord, dat afgeleid is van mamma ‘land’; de Jakoeten meenden dat deze voorwereldlijke monsters de grond als een mol zouden omwoelen.

R. van der Meulen, Med. AW, Lett. 63 A, nr. 12, 1927 verklaarde daarentegen russ. mamont als ontstaan uit mamon = Mammon in het N.T., dat de bet. gekregen zou hebben van ‘boze geest, onheilsverschijning, monstrum’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

mammoet s.nw.
Enigeen van verskeie soorte uitgestorwe olifante, aangetref in Eurasië en gekenmerk deur sy besondere grootte en baie lang tande wat na bo krom.
Uit Ndl. mammoet (1692 in die vorm mamont, 1824 in die vorm mammouth).
Ndl. mammoet uit Russies mamont, mamout, mamot, waarvan die herkoms nie heeltemal seker is nie. Volgens De Vries - De Tollenaere (1997) is dit oorspr. 'n Jakoetiese woord, afgelei van mamma 'land', so genoem omdat die Jakoete, 'n Siberiese nomadevolk, gedink het dat hierdie diere onder die aarde geleef het en die grond soos molle omgedolwe het.
Eng. mammoth (1706), Fr. mammouth (1705).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

mammoet [+]: prehist. olifant (Elephas antiquus (primigenius), fam. Elephantidae); Ndl. mammoet/(ouer) mamoeth (sedert end 17e eeu), Eng. mammoth, Fr. mammouth, Hd. mammut; herk. hoërop omstrede, d.w.s. besware teen herk. uit Rus. mamant/mamont/mammot.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mammoet (Russisch mamont)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

doerak, pierewaaien, mammoet

De twee onverwachtste leenwoorden uit het Russisch zijn doerak en pierewaaien — onverwacht omdat je deze woorden hun Russische komaf niet aanziet. Doerak is voor het eerst in 1879 opgetekend, met de opmerking: ‘een scheldwoord dat door het onbeschaafde volk in de groote hollandse steden, en ook elders in Nederland, geenszins zelden gebruikt wordt.’ Het is waarschijnlijk al ouder — scheldwoorden worden meestal pas laat opgetekend door de preutse woordenboekmakers. Het zal hier dan bekend geworden zijn door de kozakken, die begin negentiende eeuw samen met de Engelsen het napoleontische leger uit Nederland hebben verdreven. In het Russisch heeft doerak eindklemtoon en betekent het ‘domoor, dwaas’. Pierewaaien is nog veel eerder geleend: het stamt uit de zeventiende eeuw en is waarschijnlijk door zeelui van Archangelsk naar Nederland gebracht. Het gaat terug op Russisch pirovat’ ‘fuiven’ en is volksetymologisch beïnvloed door pieren ‘spelen’ en waaien.

Het intrigerendste Russische leenwoord is mammoet, de naam van een grote, behaarde olifantachtige uit de ijstijd. De reusachtige mammoetresten die eerst in Siberië en later ook elders gevonden werden, spraken zeer tot de verbeelding. Het Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens verhaalt hoe de reusachtige botten in verband werden gebracht met oude mythische voorstellingen van enorme mensen die nog voor de zondvloed de aarde bewoonden en geweldige gebouwen oprichtten. Men bewaarde de botten op speciale, heilige plaatsen, bijvoorbeeld in de kerk. Later ging men het gebeente daardoor beschouwen als relikwieën van heiligen, vooral van de reusachtige Christophorus of Christoffel, die volgens de legende het Christuskind over een rivier had gedragen en door hem gedoopt was.

De stoottanden van de mammoets spraken buitengewoon tot de verbeelding. Geleerde natuurkenners braken zich het hoofd over hun herkomst. Sommigen meenden dat het hoorns waren die vanzelf onder de aarde gevormd waren. Anderen dachten dat het de hoorns van de eenhoorn waren, tijdens de zondvloed over de aarde verspreid. Aan de hoorn van deze mythische eenhoorn werd in de middeleeuwse geneeskunst evenveel waarde gehecht als tegenwoordig aan de gemalen hoorn van een neushoorn of de slagtand van een olifant. Ook toen trok de handel in hoorn en botten dubieuze figuren aan die op onheuse wijze hun fortuin probeerden te vermeerderen. De zestiende-eeuwse Zwitserse wetenschapper Gesner beschrijft dan ook dat zwendelaars enorme opgegraven botten als stukken eenhoorn verkochten aan goedgelovige mensen.

Over de herkomst van de naam van het dier, in het Russisch mamont naast ouder mamot, werd evenzeer gespeculeerd als over de herkomst van zijn botten. Lange tijd nam men aan dat het Russische woord afgeleid was van het Tataarse woord mam(m)a ‘aarde’. Dit werd dan op verschillende manieren verklaard. Sommigen meenden dat de naam was afgeleid van ‘aarde’, omdat het dier volgens de legende als een mol in de grond geleefd zou hebben — een legende die was ontstaan omdat mammoets alleen in de grond (en dood) aangetroffen waren. Volgens anderen was de reden, dat de mammoet zijn slurf gebruikt zou hebben om ermee in de aarde te wroeten als een varken. De Oxford English Dictionary veegt al deze speculaties in één klap van tafel met de opmerking dat het Tataarse woord mama ‘is not known to exist’.

Er zijn nog andere verklaringen in omloop. De herkomst zou gelegen zijn in het Jakoetisch, een Turkse taal, omdat de eerste mammoet gevonden was in het Oost-Siberische gebied Jakoetië. Of het woord zou afgeleid zijn van een Toengoezisch woord voor ‘beer’ — namen van dieren en planten worden wel vaker bij ontlening met een andere soort verbonden. Ten slotte werd gedacht aan afleiding van mamon of mamona, de Russische naam van de bijbelse geldgod Mammon. Tegenwoordig verwerpt men deze verklaring, maar het is heel goed mogelijk dat er in het verleden een volksetymologisch verband tussen de beide woorden is gelegd; dat is misschien de reden van de Duitse spelling Mammon-Thier uit 1730. Hoe dan ook, geen van de verklaringen is tot op heden overtuigend bewezen.

Het Russische woord werd in Nederland bekend door het werk Noord en Oost Tartarye van Nicolaas Witsen uit 1692. De Amsterdamse burgemeester en politicus Nicolaas Witsen (1641-1717) heeft de Russische tsaar Peter de Grote in Amsterdam onthaald en een paar maal Rusland bezocht, waarvan hij in zijn boek verslag doet. In dit werk werd echter een zetfout gemaakt, zoals de slavist en redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal R. van der Meulen in 1943 heeft aangetoond. Op pagina 472-473 staat mammout voor Russisch mamont: de n is als u gelezen. Deze zetfout is waarschijnlijk vanuit het Nederlands in een groot aantal andere talen terechtgekomen, want de meeste talen kennen een spelling met ou of u in plaats van on, vergelijk Frans mammouth (oudste spelling, in 1705, mammut), Duits Mammut (in 1803 Mammuth), Engels mammoth (oudste spelling, in 1706, mammuth). Zelfs het Bulgaars, Tsjechisch en Pools, die toch net als het Russisch Slavische talen zijn, kennen de spelling mamut — kennelijk ontleend via Duits of Frans, in ieder geval niet uit het Russisch. Hoewel ook in het Russisch de spelling mamut in de negentiende eeuw een enkele keer is gevonden, kunnen hieruit de vormen in de West-Europese talen niet verklaard worden, want die dateren al van de achttiende eeuw.

De oudste Nederlandse spelling was mammouth met th. Deze spelling zien we in veel andere talen terug. Waar komt de spelling th vandaan? Van der Meulen meent dat dit te danken is aan invloed van Behemoth, de naam van een reusachtig dier dat in het bijbelboek Job genoemd wordt en waarmee de geleerde wereld in de zeventiende eeuw de voorwereldlijke olifant in verband bracht. Hij wijst erop dat Byron mammoth nog op Behemoth laat rijmen.

In het Engels, of beter in het Amerikaans-Engels, ging men mammoth gebruiken voor alles wat reusachtig groot is. Het oudste voorbeeld van dit gebruik is wanneer president Jefferson in 1802 een mammoth cheese ontvangt. Andere talen namen deze betekenis over. Al in 1864 bericht het Boek der uitvindingen: ‘De reusachtigste stoomsnelpers der wereld is de Amerikaansche mammoethpers te New-York.’ Tegenwoordig is dagelijks sprake van mammoetaankopen, mammoetfusies, mammoethallen, mammoetprocessen en mammoettankers, en het onderwijs kent een mammoetwet. De mammoet moge dan allang dood zijn, zijn naam is springlevend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mammoet ‘voorhistorische olifant’ -> Engels mammoth ‘voorhistorische olifant’; Duits Mammut ‘voorhistorische olifant’; Deens mammut ‘voorhistorische olifant’ ; Zweeds mammut ‘voorhistorische olifant’; Fins mammutti ‘voorhistorische olifant’ ; Frans mammouth ‘voorhistorische olifant’; Portugees mamute ‘voorhistorische olifant’ ; Tsjechisch mamut ‘voorhistorische olifant’ ; Pools mamut ‘voorhistorische olifant’ ; Bulgaars mamut ‘voorhistorische olifant’ ; Lets mamuts ‘voorhistorische olifant’ ; Litouws mamutas ‘voorhistorische olifant’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mammoet voorhistorische olifant 1692 [Vd Sijs 1998] <Russisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal