Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mallejan - (kar voor lange, zware lasten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mallejan zn. ‘kar voor lange, zware lasten’
Nnl. mallejan ‘kar voor vervoer van bomen en andere lange, zware lasten’ in een uitmuntende mallejan met ketting en ... [1857; WNT rong], “timmermanswagen” [1864; Calisch], ook wel mallejanwagen ‘id.’ in 7 lastslepers ... 5 mallejanwagens en 2 brandspuiten [1872; WNT last].
Gevormd naar het model van mallewagen ‘kleine pakwagen’ [1832; Bilderdijk], met als nieuw tweede lid mogelijk het woord jan in de betekenis ‘kanjer, fors exemplaar’, zoals ook in een paar jannen van kastvazen [1842; WNT jan], een jan van een paard [1913; WNT], hetzelfde woord als de persoonsnaam Jan. Een mallejan was dan een ‘kanjer van een wagen’. Een mallewagen was oorspr. ‘wagen waarop de leden van een narrengilde rondreden, op vastenavond, op de kermis, enz.’, met als oudste attestatie malle waghen, malle-waegen [1612; WNT wagen I resp. uitmuiten II]; dat woord is dus gevormd uit → mal 1 ‘dwaas’ en → wagen 1.
Bilderdijk (1832) meent dat het eerste lid in mallewagen, op grond van de door hem gesignaleerde 19e-eeuwse betekenis ‘kleine pakwagen’, teruggaat op Frans malle ‘reiskist’ [1569; Rey], uit Oudfrans male ‘buidel, tas’, zie → mail. Gezien de oorspr. betekenis van mallewagen lijkt dat zeer onwaarschijnlijk.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mallejan [wagen] {1872} van mal2 [dwaas] + de persoonsnaam Jan, vermoedelijk gevormd naar mallewagen [wagen waarop leden van het narrengilde rondreden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mallejan znw. m. ‘wagen bestaande uit een as op hoge wielen om bomen te vervoeren’ bestaat uit de woorden mal 2 en de persoonsnaam Jan. Misschien gevormd naar mallewagen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† mallejan znw. (soort voertuig). Koppeling van mal II en de mansnaam Jan. Misschien onder invloed van het bij mallemolen genoemde mallewagen opgekomen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mallejan ‘wagen bestaande uit een as met twee hoge wielen en een disselboom’ -> Javaans maléyan ‘wagen bestaande uit een as met twee hoge wielen en een disselboom’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut