Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

maliënkolder - (hemd van ijzeren ringetjes)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

malie zn. ‘ringetje van metaal’
Mnl. malie, maelge, malje ‘ring van pantser of maliënkolder’ in do bogede manege malie ‘toen werd menige pantserring verbogen, ingedeukt’ [1250; VMNW], malien ... die vanden halsbergen vielen ‘ringetjes die van de pantserhemden vielen’ [1300-50; MNW-R], Ende hem so meneghe vaste maelge hadde of ghesleghen metten swerde ‘en hem zoveel sterke maliën met het zwaard had afgehouwen’ [1325; MNW]; vnnl. malie ‘oogje om een veter door te halen’ in malie van de nestel ‘oogje voor de veter’ [1599; Kil.], ‘pantserringetje’ in duysent mannen te voet, voorsien met pansiers van ysere malien [1688; WNT].
Ontleend aan Oudfrans maille ‘lusje; ringetje van metaal in een pantser’ [eind 11e eeuw; TLF] < Latijn macula ‘lus, maas in een net’, oorspr. ‘vlek op de huid’, van onduidelijke herkomst. Zie ook → maillot.
Ook mnd. mallie, malge (en door ontlening nzw. malje); mhd. meile; me. maile (ne. mail).
Latijn macula gaat misschien terug op pie. *smH-tlo- (IEW 966); in dat geval verwant met Grieks smēn ‘smeren, besmeuren’.
maliënkolder zn. ‘pantser of hemd van metalen ringetjes’. Vnnl. maelienkoller ‘harnas van geschakelde ringetjes’ [1599; Kil.], malienkolder ‘pantser’ [1688; WNT kolder]; nnl. veel malien maken een ... malienkolder [1726; WNT pansyzer], Samenstelling van malie ‘ringetje van metaal’ en kolder ‘(versterkte) wambuis zonder mouwen; kuras’ [1573; WNT], dat door invoeging van -d- voor -er, zie → donder, is ontstaan uit mnl. coller ‘kuras, ringkraag, halsbescherming’ [1415-35; MNW-R]; coller is een nevenvorm, met naar de eerste lettergreep verschoven klemtoon, van collier ‘id.’, zie → collier. In het Middelnederlands bestond wel de samenstelling maelge-harnasch ‘malienkolder’ [1340-41; MNW].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

maliënkolder [hemd van ijzeren ringetjes] {malienkoller 1599, maliënkolder 1880} gevormd van malie1 + kolder1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

maliënkolder znw., bij Kil. maliënkoller; samenst. van malie I; vgl. mnl. maelgenharnasch “id.”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Maliënkolder. Hier is malie (van ’t Fr. maille): opening of maas in het vlechtwerk en bij uitbreiding: de ringetjes, die zulk een opening doen ontstaan. Zooals bekend is, werden in de Middeleeuwen uit zulke ringetjes de pantsers of kolders (z. d. w.) gemaakt: maliënkolder, maliejak, maliehemd, enz.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

maliënkolder hemd van ijzeren ringetjes 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal