Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

magnetiseur - (persoon die iem. in een toestand van gewijzigd bewustzijn brengt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

magnetiseur [persoon die iem. in een toestand van gewijzigd bewustzijn brengt] {1831} < frans magnétiseur [idem], van magnétisme [vermogen om iem. te genezen] (vgl. magneet).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

magneet (1266, uit het Latijn) stuk magneeterts of gemagnetiseerd metaal, dat soortgelijke materialen aantrekt en afstoot

Als in de oudheid een Griek de gevoelens van zijn echtgenote wilde peilen, hoefde hij alleen maar een stukje magneetsteen onder haar hoofdkussen te leggen. Was zij haar man trouw, dan zou zij zich tegen hem aan vlijen; in het andere geval zou de kracht van de steen haar het bed uit slingeren.
Dat is maar één voorbeeld van de bijzondere eigenschappen die de magneet werden toegedicht. Ook als geneesmiddel stond de steen in hoog aanzien: er was nauwelijks een kwaal te vinden waartegen magneetpoeder niet baatte. Je moest het in melk opgelost drinken om je gezichtsvermogen te verbeteren, en ook bij bloedspuwingen en verstoppingen werd inwendig gebruik aangeraden, bijvoorbeeld in combinatie met honing. Daarnaast ging het verhaal dat je een magneet van zijn kracht kon beroven door hem met knoflook in te smeren; bokkebloed maakte dit weer ongedaan.
De magneet was in Griekenland en Klein-Azië vermoedelijk al in de 8ste eeuw v.Chr. bekend. Het ging daarbij uitsluitend om natuurlijke magneten in de vorm van stukken magneetsteen, tegenwoordig magnetiet of magneetijzersteen genaamd. Ook de Grieken hadden hiervoor al verschillende namen, waaronder Magnètis (lithos) ‘steen uit Magnesia’, zodat enig verband tussen deze steen en een plaats van die naam aannemelijk lijkt. Een probleem is dat de antieke schrijvers over de vindplaatsen van de magneetsteen nauwelijks bruikbare berichten hebben nagelaten.
De Griekse wereld kende minstens drie Magnesia's: een streek op het Griekse vasteland, bij Thessalië, en twee stadjes in Lydië, het uiterste westen van Klein-Azië (nu Turkije). Met elk van deze oorden hebben taalkundigen de term magneet in verband gebracht. De Real-Encyclopädie van Pauly en Wissowa, het grootste naslagwerk over de klassieke oudheid, interpreteert de beschikbare gegevens als volgt. Het feit dat magneetsteen ook ‘Lydische steen’ werd genoemd, wijst in de richting van Klein-Azië. Daarbij komt dat deze steensoort aanvankelijk wel werd aangeduid als ‘Herakleïsche steen’. Nu zijn in de nabijheid van het Lydische Magnesia bij (de berg) Sipylos sporen gevonden van een kleine nederzetting Herakleia. Het lijkt dus aannemelijk dat de magneetsteen aan dit Magnesia zijn naam dankt. De plaats ligt nabij de Turkse westkust, zo’n 30 km ten noordoosten van Izmir (Smyrna), en heet tegenwoordig Manisa. Tot zover Pauly en Wissowa.
Helemaal bevredigend is deze verklaring niet. De voor de hand liggende vraag, of in de nabije omgeving van Magnesia en Herakleia eigenlijk wel magneeterts te vinden is, wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. Bovendien was er in de Griekse wereld altijd wel een van de talloze Herakleia’s of Herakleions in de buurt — er ligt er bijvoorbeeld ook een aan de kust direct ten noorden van de streek Magnesia op het Griekse vasteland. Ten slotte werden ook steensoorten van slechts vagelijk oosterse herkomst — basalt bijvoorbeeld — wel ‘Lydische steen’ genoemd. Ze hoefden daarom nog niet in Lydië te zijn gedolven.
Maar al is nog onduidelijk welk Magnesia de naamgever is geweest, het woord magneet is gebleven. Via het Latijn is het in de meeste moderne Europese talen terechtgekomen. Alleen in het Frans is magnete na de middeleeuwen verdrongen door aimant, dat samenhangt met diamant.
Aan dieper inzicht in het magnetisme zijn de Grieken niet toegekomen. Pas in de late middeleeuwen werd in het Westen het kompas uitgevonden. In China was dat al eeuwen eerder gebeurd. Nader onderzoek naar het wezen van de magneet werd aan het einde van 16de eeuw verricht door de Engelsman William Gilbert, die constateerde dat de aarde eigenlijk één grote magneet is.
In de 18de eeuw deed zich een intermezzo voor in de ontraadseling van het magnetisme. Al in de oudheid had de filosoof Thales uit de zo levend aandoende aantrekkingskracht van magneten de conclusie getrokken dat deze stenen een soort ziel zouden bezitten. De Weense dokter F.A. Mesmer (1733-1815) draaide deze redenering om: hij concludeerde uit de geheimzinnige sympathieën en antipathieën tussen de ene mens en de andere dat ook levende wezens magnetische eigenschappen bezitten, het zogenaamde dierlijk magnetisme, dat vooral bekend is geworden als mesmerisme. Mesmer was een fantast, die door zijn geheimzinnige, suggestieve optreden echter een tijdlang veel succes had. Nog in 1824 meldde Nieuwenhuis dat de ‘levenswerkzaamheid’ van alle delen van het lichaam, met name in ‘het zenuwgestel van den onderbuik’, veel baat vond bij behandeling door een magnetiseur.
In de loop van de 19de eeuw brachten ten slotte onderzoekers als Ørsted, Ampère, Faraday, Maxwell en Lorentz de samenhang tussen magnetisme en elektriciteit tot in details aan het licht. Zonder hun ontdekkingen zou de moderne wereld verstoken zijn van elektriciteitscentrales, videobanden, diskettes en telefoonkaarten. Een tot de verbeelding sprekende toepassing is de snelle experimentele trein die dankzij sterke elektromagneten boven zijn spoor zweeft.
Maar dat je met magneten iets kunt laten zweven, was in de oudheid ook al bedacht. Bouwmeester Timochares uit Alexandrië heeft gewerkt aan een tempel met een plafond van magneetsteen, waaronder een ijzeren beeld van koningin Arsinoë vrij in de lucht zou komen te zweven. Voor zover bekend is dit project echter nooit gerealiseerd.

Engels magnet (1398 magnes); Duits Magnet; Oudfrans magnete (12de eeuw).

Met de naam magnesia worden diverse verbindingen van magnesium aangeduid, die zeer uiteenlopende toepassingen vinden, van laxeermiddel (zie epsomzout) tot grondstof voor vuurvaste stenen. Als het woord magneet teruggaat op de plaatsnaam Magnesia, dan geldt dat — zou je denken — natuurlijk helemaal voor het woord magnesia. Maar zo simpel ligt het niet. In de oudheid werden allerlei stoffen Magnètis (lithos) ‘steen uit Magnesia’ genoemd. Bij de magneet is geen misverstand mogelijk, maar bij andere stoffen die in klassieke teksten worden vermeld, valt vaak niet meer met zekerheid uit maken wat er precies werd bedoeld. Het lijkt evenwel aannemelijk dat de term magnesia zijn oorsprong vindt in een van de Magnesia’s in Klein-Azië (zie hierboven).
Magnesium, een zeer licht, zilverwit metaal, dat in de natuur overvloedig, maar uitsluitend in verbindingen, voorkomt, is in 1808 door Davy voor het eerst in zuivere vorm bereid. Hij had het meteen de van magnesia afgeleide naam magnesium willen geven, maar koos, omdat die naam al was vergeven, met tegenzin voor magnium. Een paar jaar later is dat toch nog goed gekomen. Magnesium verbrandt met een zeer felle vlam en werd daarom in de fotografie toegepast als flitslicht. In de loop van de 20ste eeuw heeft de produktie van magnesium een hoge vlucht genomen. Doordat het nog lichter is dan aluminium, is het onder meer van belang voor de vliegtuigbouw. Voor het welzijn van planten, dieren en mensen is magnesium onmisbaar.

magneet: Nieuwenhuis Alg. wdb. kunsten en wetensch.1 4 (1824) 409-418; WNT IX (1913) 97-99; Pauly & Wissowa Real-Ency. der class. Altertumswiss. 14 (1930) 472-486; Winkler Prins7 12 (1973) 460-463; Stilwell Princeton Ency. of Classical Sites (1976) 544-545; Ency. Brit.15 11 (1979) 310-311; OED (19932).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut