Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

magnaat - (rijk en machtig persoon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

magnaat zn. ‘rijk en machtig persoon’
Vnnl. magnaat ‘invloedrijk edelman, lid van Hogerhuis’ in de Poolsche magnaten [1697; WNT veelvoetig]; nnl. magnaat ‘invloedrijk persoon, niet noodzakelijk van adel’ in (in Utrecht:) wat sullen de magnaten nu seggen? [1780; WNT], ‘rijk en invloedrijk persoon’ in de financieele wereld ... hare magnaten [1879; Groene Amsterdammer].
In de oudere betekenis ‘edelman, invloedrijk persoon’ ontleend aan Laatlatijn magnates, het meervoud van magnas ‘edelman, belangrijk persoon’, dat een afleiding is van Latijn magnus ‘groot’, verwant met → mega- ‘groot’. De betekenis ‘door rijkdom machtig persoon’ is ontleend aan Amerikaans-Engels magnate, dat in die betekenisuitbreiding voorkomt sinds het 3e kwart van de 19e eeuw [OED].
De Latijnse term magnates werd in Polen en Hongarije gebruikt om edellieden die lid waren van het Hogerhuis mee aan te duiden (WNT, TLF), waardoor het woord ook in West-Europa steeds meer gebruikt werd. Ook vond de ontlening plaats via christelijk Latijn: in het bijbelboek Ecclesiasticus (Jezus Sirach) 33:19 staat in de Latijnse Vulgaat bijv. Audite me magnates & omnes populi ‘Luister naar mij, aanzienlijken en alle volken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

magnaat [iem. van veel invloed] {1780} < frans magnat < latijn magnatus [machtige], van magnus [groot, aanzienlijk] (vgl. magnum).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

magnaat znw. m. ‘lid van de hoge adel in Hongarije; invloedrijk persoon’, blijkbaar uit de bijbeltaal, waar Pred. 33, 19 voorkomt Audite me, magnates. Dit laat-Lat. woord is afgeleid van magnus evenals primas, primatis van primus.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

magnaat ‘invloedrijk iemand’ (Frans magnat); ‘industriële topfiguur’ (Engels magnate)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

magnaat iem. met veel invloed 1780 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut