Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

magistraat - (overheid(spersoon))

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

magistraat [overheid(spersoon)] {magistraet 1586} < latijn magistratus [overheidsbeambte, overheidspersoon], van magister [meester] (vgl. meester) + -atus (vgl. -aat).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1magistraat s.nw.
1. (histories) Amptenaar van die departement van Justisie tussen 1902 en 1957, asook tydens Eng. bewind aan die Kaap die Goeie Hoop, wat voorsittend in die magistraatshof opgetree het. 2. (verouderend) Landdros. 3. (histories) Verkose amptenaar in die Romeinse staat met regterlike en administratiewe funksies.
Hoewel in bet. 1, 2 en 3 wsk. uit Ndl. magistraat 'stadsregering', 'persoon wat tot stadsregering behoort' (16de eeu) (histories); 'regterlike amptenaar' (1887) (in navolging van Fr. magistrat), ontwikkel bet. 1 in Afr. eerder uit Eng. magistrate (1382): 'Tagtig jaar lank was die Drosdy die setel van Swellendam se kantoor van landdros en heemrade, totdat dit op 21 Desember 1827 onder Harry Rivers beëindig en 'n hof van magistrate ingestel is' (WAT). Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880) in die aanhaling 'magistraat (Eng. Resident Magistrate), hoofd van het plaatselyk bestuur'.

2magistraat s.nw.
Vissoort met 'n rooi kleur.
Afleiding van magistraat (1magistraat), wsk. so genoem 'omdat 'n magistraat in die ou dae 'n rooi mantel gedra het' (WAT).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

magistraat ‘overheid(spersoon)’ -> Noord-Sotho masetrata ‘overheid(spersoon)’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana magisêtêrata ‘overheid(spersoon)’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho maseterata ‘overheid(spersoon)’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch magistrat ‘overheid(spersoon)’; Singalees mahēstrāt ‘overheid(spersoon)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

magistraat overheid(spersoon) 1586 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal