Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

maatje - (vochtmaat)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

maatjie s.nw. Ook matertjie.
1. Makkertjie, speelmaatjie. 2. (as aanspreekvorm) Man, kêrel.
Afleiding met -jie van maat.
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1990 in bet. 2).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

maatje ‘vochtmaat’ -> Fries maatsje ‘vochtmaat van 0,1 liter; maatbekertje met een inhoud van 0,1 liter’.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

maatje, iemand die op vrijwillige basis een aidspatiënt lichamelijk en mentaal bijstaat; buddy*. Informeel.

Surrenda Kuut (37) en Jos Harms (23) zijn ‘buddies’. Dat wil zeggen dat ze deel uitmaken van de groep vrijwilligers die zich inzet voor de opvang en begeleiding van homoseksuele mannen met aids. Ze werken met zijn tweeën, als team, en dat is wel nodig, want het is niet gemakkelijk wat ze op zich genomen hebben. Hun eerste cliënt stierf al na drie maanden, en de tweede na vier maanden. Inmiddels zijn ze een klein jaar bezig, en de man die ze nu als ‘maatjes’ begeleiden is hun vijfde aids-patiënt. (Elsevier, 31/03/90)
Een buddy — in Nederland ook wel als ‘maatje’ vertaald — werkt op vrijwillige basis en zorgt voor zowel emotionele als praktische steun voor mensen met aids, tot nu toe nog alleen voor homoseksuele mannen. (Opzij, juni 1991)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut