Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

maalstroom - (ronddraaiende stroming)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

maalstroom* [ronddraaiende stroming] {1595} oorspr. de draaiende stroom voor de Noorse kust, waarvan men veronderstelde dat hij alle schepen uit de omgeving opslorpte, 1595 bij Mercator, van malen2 + stroom.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

maalstroom

De Maelstrom is een water bij Noorwegen en komt als zodanig voor op een atlas van 1595. Dit moet wel hetzelfde woord zijn dat wij kennen als maalstroom en dat ook in het Frans, Duits en Engels bestaat. De betekenis is: getijstroom die een ronddraaiende beweging heeft, draaikolk, wieling. Wij gebruiken het woord alleen in figuurlijke zin en spreken van een maalstroom van gedachten of vermaken en bedoelen: een wirwar, een onrustige stroom. Het werkwoord malen betekent eigenlijk: fijnmaken door draaien. Het zelfstandige naamwoord hierbij is: maling zowel in de letterlijke betekenis van draaikolk als in de zegswijzen: in de maling nemen en: ergens maling aan hebben.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

maalstroom znw. m., oorspr. ‘de draaistromen aan de Noorse kust’ (het eerst 1595 in Mercator’s atlas, maar stellig al ouder want het daaruit ontleende ne. maelstrom is al ± 1560 opgetekend). Ook > nhd. mahlstrom. — Het 1ste lid is de stam van malen 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

maalstroom znw., niet mnl. of bij Kil.; wel komt Maelstrom op de kaart van Noorwegen in Mercator’s atlas van l595 voor. Maal- is de stam van malen “malen, draaien” (zie malen III en malen I).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

maalstroom

De contacten tussen de Lage Landen en de Scandinavische landen werkten in het verleden beide kanten op, en leenwoorden werden dan ook over en weer gewisseld. Een Nederlands woord dat door de Scandinavische talen is overgenomen, is maalstroom. Dat is opmerkelijk, want het gaat hier om een plek voor de kust van Noorwegen.

Maalstroom wordt in 1595 voor het eerst in het Nederlands genoemd, en wel in de atlas van Mercator ter aanduiding van een draaikolk in de buurt van de Lofoteneilanden bij de noordwestkust van Noorwegen. De plaats waar Mercator zijn Maalstroom situeerde, heet tegenwoordig in het Noors Moskenstraumen en ligt tussen de eilanden Moskenesøya en Mosken. Er heerst een sterke en gevaarlijke getijdenstroom, die ongeveer acht km breed is en een snelheid van elf km per uur kan hebben.

De Vlaming Gerard Mercator (1512-1594) werkte als zelfstandig cartograaf en instrumentenbouwer. Onsterfelijk is hij geworden vanwege de Mercatorprojectie, die hij in 1569 gebruikte op een wereldkaart voor zeevaarders en waarop hij de lengte- en breedtegraden als rechte lijnen tekende. Maar de Maalstroom staat pas op later werk, namelijk in het eerste deel van de Kosmografie, die hij ‘Atlas’ noemde en waarvan de publicatie na zijn dood door zijn zoon is verzorgd.

Het woord maalstroom komt dus in het Nederlands voor het eerst voor in 1595. Daarna heeft het zich een weg gebaand naar andere talen: het Deense malstrøm is in 1673 gevonden, het Engelse maelstrom in 1682, het Zweedse malström in 1698, en het Franse maelström, malstrom in 1765. Van Noors malstrøm en Duits Mahlstrom is niet exact bekend wanneer ze geleend zijn. De oudere Nederlandse vorm luidde maelstroom, wat de spelling van het Engelse en Franse woord verklaart.

Grote bekendheid heeft de maalstroom in de negentiende eeuw gekregen door de werken van Edgar Allan Poe en Jules Verne. In het verhaal ‘A descent into the Maelström’ van Poe uit 1844, in het Nederlands vertaald als ‘Een afdaling in de Maalstroom’, wordt de sterke stroom voorgesteld als een draaikolk en verhaalt een visser plastisch hoe de maalstroom alles in zijn buurt, van palen tot hele schepen, meezuigt naar de diepte.

Maal- is afgeleid van malen ‘draaien’. Het bekende zeemanswoordenboek van W. à Winschooten uit 1681 geeft al een heldere omschrijving van herkomst en betekenis van maalstroom: ‘te saamen gesteld van stroom en maalen: als sijnde een stroom, die maald: en werd ook bij andere genaamd een draaistroom: een wel: een draaikuil: want het sij wij seggen, dat de stroom maald, of dat sij draaid, of weld, het is al een [= één] beteekenis: wat nu maalen is, dat weet ieder genoeg door sijn selven, als koomende van een moolen, waar van Moolenaar ens. dog oneigendlijk segt men, dat iemand maald, wien de sinnen geduurig met een en de selve saak beesig sijn: en ook wel voor mijmeren gebruikelijk.’

Maalstroom duidde oorspronkelijk dus een echt bestaande stroom aan, zij het dat het een getijdenstroom betrof en niet een reusachtige draaikolk. Vandaar ging het in het algemeen ‘draaikolk’ betekenen, en verder werd en wordt het overdrachtelijk gebruikt: een maalstroom van gedachten of gebeurtenissen. Ook in andere talen vinden we dit figuurlijke gebruik. Zo schrijft Victor Hugo in Les Misérables (1862): ‘Parijs is een maalstroom waarin alles verdwijnt’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

maalstroom ‘ronddraaiende stroming’ -> Engels maelstrom ‘grote draaikolk, in het bijzonder de draaikolk voor de kust van Noorwegen’; Duits Malhstrom ‘ronddraaiende stroming’; Deens malstrøm ‘ronddraaiende stroming’; Noors malstrøm ‘ronddraaiende stroming in de zee’; Zweeds malström ‘ronddraaiende stroming’; IJslands málstraumur ‘ronddraaiende stroming’; Fins maalströömi ‘ronddraaiende stroming’ ; Frans maelström, malstrom, maelstrom ‘wervelende zeestroom; wervelstroom’; Italiaans maelstrom ‘karakteristiek fenomeen van de Noorse zee, bestaande uit onverwachte draaikolken, te wijten aan de stromingen op de open zee aan de westkust’ ; Kroatisch malštrom ‘ronddraaiende stroming’; Esperanto malstromo ‘ronddraaiende stroming; duizelingwekkende opwinding’ .

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

maalstroom. Maalstroom (een samenstelling van malen 'draaien' en stroom) is tegenwoordig de naam voor een getijdenstroom die door allerlei belemmeringen een ronddraaiende beweging maakt, maar aanvankelijk werd er een bepaalde draaistroom mee aangeduid bij de noordwestkust van Noorwegen, in de buurt van de Lofoteneilanden. Tegenwoordig heet deze sterke en gevaarlijke getijdenstroom in het Noors Moskenstraumen - hij is gesitueerd tussen de eilanden Moskenesøya en Mosken.

De benaming maalstroom voor het verschijnsel bij Noorwegen is in het Nederlands gevormd en door andere talen overgenomen. De eerste vermelding is gevonden in de zeeatlas Spieghel der Zeevaerdt van de Enkhuizenaar Lucas Jansz. Waghenaer uit 1584 (voor meer informatie over deze atlas zie het trefwoord vaarwater). In de opdracht aan Willem van Oranje noemt Waghenaer, waarschijnlijk voor het eerst op schrift, de Maalstroom bij Noorwegen. In deze opdracht vertelt hij waarin het belang van zijn boek voor de scheepvaart schuilt: men kan er vaarroutes in vinden en zien welke plaatsen vermeden moeten worden: 'De principaelste plaetse [...] is wel de voornaemste en en periculooste [gevaarlijkste], de Maelstrome, Welle oft Slorpe, ghenaemt Mouske stroom, ghelegen achter Noorweghen.' Waarop een lange beschrijving volgt van het natuurgeweld aldaar. In hertaling luidt de passage als volgt:

En op sommige plaatsen ver in zee lopen de golven, baren en deiningen (bij mooi weer) zo in en tegen elkaar en ze kolken zo dat daardoor veel schepen met man en muis vergaan zijn, buiten wat de zeevarende man van Gods weer door storm en wind nog overkomt. De belangrijkste plek waar dat gebeurt is wel de voornaamste en gevaarlijkste, de Maelstrom, Welle of Slorpe, genaamd de Mouskestroom, gelegen voor Noorwegen op 68 graden aan de noordzijde van een eiland of rots die men Weeroy noemt. Deze Welle trekt het water bij vloed gedurende het hele getij, te weten een tijd van zes uur, zo sterk inwaarts, met zulk gedruis, kolken, gewoel en neersmakken van golven en stromen, dat het te wonderbaarlijk is om te beschrijven. In die tijd kunnen over een afstand van twee mijl rondom de Rots van Mouske (waar het water onderdoor gaat) geen schepen komen of ze zouden met groot gevaar daarin getrokken worden. En als het eb is, wordt het water daarentegen weer zo krachtig omhoog geworpen, dat er geen materialen, hoe zwaar ook, tegen bestand zijn. En de Noorse vissers gaan vóór die tijd met hun jollen of vissersboten uit om zeer veel verschillende en vreemde soorten vis binnen te halen (wat alleen met haken redelijk mogelijk is) en te vangen, want alleen dan raken ze niet helemaal onder water en aan de grond.

Wat we hier lezen is een beschrijving van een draaikolk, terwijl bij Noorwegen in werkelijkheid sprake is van een getijdenstroom. Het beeld van de enorme draaikolk die alles in zijn buurt, van palen tot hele schepen, meezuigt naar de diepte, is lange tijd blijven bestaan en heeft grote bekendheid gekregen door de werken van negentiende-eeuwse schrijvers als Edgar Allan Poe en Jules Verne. Waghenaer vervolgt zijn verhaal:

En de Noren die daar in de buurt op de rotsen wonen, vermoeden dat deze stroom onder een deel van Noorwegen (tot de noordkust van Oost-Finland) doorloopt, met als reden dat er op die plaats ook een Maelstrom aangetroffen wordt, maar niet zo onstuimig of gevaarlijk, waar men dezelfde vissen vangt als onder aan of in de buurt van de Rots van Mouske, en waar het water ook zout is.

Deze opmerking over 'een Maelstrom' is zeer interessant, want ze bewijst dat de naam maalstroom in die periode al gebruikt werd als soortnaam voor een bepaalde getijdenstroom. Het nonchalante gebruik van de naam suggereert dat het woord in het Nederlands al langer in gebruik was, maar ik heb geen eerdere vindplaats kunnen vinden.

Maalstroom wordt vervolgens ook genoemd in het eerste deel van de Cosmographia van de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator uit 1595. Dit werk werd, net als de Spieghel van Waghenaer, in allerlei talen vertaald (meer hierover onder het trefwoord atlas) en het zal dus meegewerkt hebben aan de verbreiding van het woord maalstroom in andere talen. Het blijkt namelijk dat het Nederlandse woord door diverse talen is overgenomen: vergelijk het Deense malstrøm (genoteerd in 1673), het Engelse maelstrom (in 1682), het Zweedse malström (in 1698), het Franse maelström, malstrom (in 1765), het Noorse malstrøm, het Duitse Mahlstrom (zie illustratie 18) en het Kroatische malštrom (van die laatste talen is niet bekend wanneer ze het woord hebben overgenomen).

In al deze talen werd met een maalstroom aanvankelijk een echt bestaande stroom aangeduid, daarna ging het in het algemeen 'een ronddraaiende getijdenstroom' betekenen, en tot slot kreeg het woord een overdrachtelijke betekenis: een maalstroom van gedachten of gebeurtenissen. In het Engels spreekt men bijvoorbeeld van a maelstrom of thoughts, the maelstrom of everyday change. De betekenisverschuiving ligt voor de hand en zal in de verschillende talen onafhankelijk van elkaar hebben plaatsgevonden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

maalstroom* ronddraaiende stroming 1595 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut