Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

maal - (markgenoot)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

maal1* [markgenoot] {oudnederlands mallus, mallum [gerechtsplaats] 701-800, vgl. de plaatsnaam Mallande, nu Mallem (Gld.) <1188>, middelnederlands ma(e)lman [hij die aandeel heeft in de mark en rechtszitting] 1526} oudhoogduits mahal [idem], gotisch maþl [verzamelplaats, markt] → gemaal.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

maal 1 znw. m. ‘geērfden, erfgenamen, markgenoten’, vgl. ohd. mahal ‘verzameling, gerechtsplaats’, got. maþl ‘verzamelplaats, markt’, onfrank. mallus, mallum (Sal. wet) ‘gerechtsplaats’. — Zie verder: gemaal.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut