Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

luster - (kroonkandelaar, luchter)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

luster zn. (BN) ‘kroonkandelaar, luchter’
Nnl. eerst luister ‘kroonkandelaar’ in de luisters zijn er prachtig [1774; WNT], luisters ‘glaskronen’ [1821; WNT], dan lusters (mv.) ‘kroonkandelaars’ [1842; WNT vormen I], lustres ‘id.’ [1874; WNT].
Ontleend aan Frans lustre ‘lichtkroon, kroonkandelaar’ [1657; TLF], eerder al ‘glans, luister’ [1482; TLF], zie → luister. Zie ook → luchter.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

luster [kroonluchter] {1774} < frans lustre [in de 15e eeuw straling] < italiaans lustro, van lustrare < latijn lustrare [verlichten], van lux (2e nv. lucis) [licht] → luchter.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

luister znw. Kil. luyster (met vocaalrekking vóór st en daarna diphthongeering; vgl. bij juist, beest) naast luster “splendor, fulgor enz.”, l6. eeuw luyster “glans (van goed)”. Uit fr. lustre (nomen bij lat. lûstrâre “verlichten”). Denzelfden oorsprong heeft later-nnl. lu(u)ster “luchter”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

luster (Frans lustre)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal