Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

luitenant - (militaire rang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

luitenant zn. ‘militaire rang’
Mnl. lieutenant ‘plaatsvervanger van een hoge autoriteit’ [1460-80; MNW-R], i.h.b. ‘plaatsvervanger van een admiraal ter zee’ [1487; WNT]; vnnl. lieutenant civil ‘een rechter van de baljuw (Gent)’ [1540; Stall. II], luytenant ‘plaatsvervanger van een kapitein in het leger’ [1576; WNT].
Ontleend aan Frans lieutenant ‘bepaalde militaire rang’ [1478; Rey], oorspr. ‘plaatsvervanger’ [1260; Rey] en gevormd uit lieu ‘plaats’, klankwettig ontwikkeld uit Latijn locus ‘id.’, zie → loco-, en tenant ‘houder’, het teg.deelw. van tenir ‘houden’, zie → tenor. In het Nederlands met aanpassing van de onbekende Franse tweeklank -ieu- aan de inheemse diftong -ui-.
De oorspr. betekenis ‘plaatsvervanger van een hoge autoriteit’ heeft ook in het Nederlands bestaan, maar raakte in het Vroegnieuwnederlands verouderd. Als militaire rangaanduiding, zowel bij de landmacht als bij de zeemacht, was de luitenant aanvankelijk nog nadrukkelijk de plaatsvervanger van een ander, bijv. van een admiraal of kapitein; later werd luitenant een zelfstandige rang.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

luitenant [officier van lagere orde] {lieutenant [plaatsvervanger van een admiraal, vertegenwoordiger] 1487, luitenant [plaatsvervanger van kapitein, officier onder de kapitein] 1572} < frans lieutenant [plaatsvervanger], luitenant, van lieu [plaats] < latijn locus [idem] (vgl. lokatie) + tenant, teg. deelw. van tenir [houden] < latijn tenēre [idem]; de woorden stadhouder en stedehouder zijn letterlijke vertalingen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

luitenant znw. m., Kiliaen lieutenant, lutenant < fra. lieutenant eig. ‘de plaats houdend’, dan ‘plaatsvervanger’, ontleend in de 16de eeuw, evenals ook nhd. leutnant.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

luitenant znw. Kil. lieutenant, lutenant. Uit tr. lieutenant, oorspr. “plaats-houdend”, d. w. z. “plaatsvervanger”. Evenals hd. leutenant m. in de 16.eeuw ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

luitenant, komt reeds in het eind van de 15e eeuw voor. — De tegenwoordige begin-accentuering wsch. onder du. invloed.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

luitenant (Frans lieutenant)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

luitenant ‘officier van lagere orde’ -> Indonesisch létnan ‘officier van lagere orde’; Atjehnees lè'nan ‘officier van lagere orde’; Javaans lutnan ‘officier van lagere orde’; Madoerees letnan, le'nan ‘officier van lagere orde’; Makassaars lếnang ‘officier van lagere orde’; Muna tunani ‘officier van lagere orde’; Tamil dialect luyittuṇāntu ‘officier van lagere orde’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

luitenant officier van lagere orde 1576 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal