Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lucifer - (vlamhoutje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lucifer zn. ‘vlamhoutje’
Nnl. lucifer ‘soort zwavelstokje, dat door wrijving ontvlamt’ [1847; Kramers], gewone lucifers ... Zweedsche lucifers ‘zelfontbrandende lucifers [en] veiligheidslucifers’ [1881; WNT].
Ontleend aan Engels lucifer ‘zwavelstokje’ [1836; OED], algemeen gebruikte verkorting van Lucifer Match [kort voor 1831; OED], een door zwavelstokjesfabrikant Samuel Jones geïntroduceerde productnaam. Lūcifer was de Latijnse naam van de planeet Venus en is gevormd uit lūx (genitief lūcis) ‘licht’, verwant met → licht 1, en ferre ‘brengen’, verwant met → baren; het woord is een leenvertaling van Grieks phōspóros (zie → fosfor) en betekent letterlijk ‘lichtbrengend’: als morgenster verschijnt Venus altijd kort voor zonsopkomst.
De eerste lucifers hadden een kop van licht explodeerbaar materiaal op basis van zwavel en later fosfor. In 1855 werd vanuit Zweden de veiligheidslucifer geïntroduceerd, waarbij de voor ontbranding benodigde stoffen gedeeltelijk op een strijkoppervlak waren aangebracht. Met het oude zwavelstokje verdween uit het Engels ook het woord lucifer in deze betekenis; in het Nederlands ging het woord echter over op de nieuwe vinding.
De naam van de gevallen aartsengel Lucifer, vooral bekend uit het vermaarde treurspel van Vondel uit 1654, en door velen vereenzelvigd met → Beëlzebub of Satan, zie → satan, betekent eveneens ‘morgenster’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lucifer [vlamhoutje] {1847} < engels Lucifer match, vroeger ook wel verkort tot Lucifer(s), maar tegenwoordig alleen als match; voor de benaming is genomen latijn lucifer [licht brengend], van lux (2e nv. lucis) [licht] (vgl. lucide) + ferre [dragen, brengen]; Lucifer was de naam van de Morgenster, vertaald uit grieks phōsphoros [lichtdrager]; de naam werd toegepast op de duivel naar aanleiding van Jesaja 14:4-23, waarin de vorst van Babel wordt vergeleken met de uit de hemel gevallen Morgenster. In de apocalyptische literatuur is dit motief toegepast op de vorst der engelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lucifer znw. m. ‘houtje om door wrijven vuur te maken’ < ne. lucifer (match), in het begin der 19de eeuw in Engeland uitgevonden en genoemd naar lat. Lucifer ‘lichtdrager’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lucifer znw. Ontl. uit lat. Lûcifer, gebruikt in de letterlijke bet. “lichtdrager”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lucifer (Latijn lucifer)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

Lucifer. In de middeleeuwse toneelspelen zweren de duivels bij hun meester Lucifer, de opperduivel. In Marike van Nieumeghen komen o.a. voor: bi Lucifer; hulpe Lucifers leveren, longhere ende miltemogen de lever, de longen en de milt van Lucifer mij/ons helpen’; bi Lucifers achterqueerne bij Lucifers achterwerk’. Een grotere blasfemie dan een duivel die bij ede zweert dat hij de waarheid spreekt, is amper denkbaar.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lucifer ‘vlamhoutje’ -> Fries lúsjefers ‘vlamhoutje’; Duits dialect Lüssiferken, Luussifeer, Luussifeerken, Lüssifer, Lucifer ‘vlamhoutje’; Negerhollands lůsifer ‘vlamhoutje’; Papiaments lusafè (ouder: lucifer) ‘vlamhoutje’ (uit Nederlands of Frans).

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

gaskachel [kachel die met gas gestookt wordt] (1866). In de negentiende eeuw neemt de verwarming met gaskachels neemt enorm toe: vanaf 1866 verschijnen er advertenties voor gaskachels in de kranten. Neerlandicus Jan te Winkel constateert in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “De gassen waren in de natuurwetenschap al lang bekend, toen omstreeks het midden onzer eeuw het lichtgas in de algemeene spreektaal werd ingevoerd door het stichten van gasfabrieken, het werken der met huid en haar van de Engelschen overgenomen gasfitters, het in gebruik brengen van gaslantaarns, gaslampen, gaskranen, gasornamenten, gashouders, gasmeters, gaskomforen, gaskachels en gasgloeilicht. Het Engelsche “burner” vertaalden wij met brander, dat als marinenaam uit den tijd onzer zeeoorlogen nog maar alleen in de herinnering voortleefde. In concurrentie (ook dat woord is eerst allengs in de spreektaal gekomen) daarmee zag men al spoedig de petroleum verschijnen, aanvankelijk door het volk meestal peterolie of petroléum genoemd. De lucifer dagteekent reeds van even vóór 1850, maar zonder zwavel van een tiental jaren later. Deze heet nog altijd Zweedsch, ofschoon hij tegenwoordig ook elders dan in Zweden wordt vervaardigd. Intusschen is met de zaak ook het woord “zwavelstok” bijna geheel in onbruik geraakt. De vroegere quaestie of “open haard” een pleonasme was, is reeds lang van de baan. De “huiselijke haard” bestaat bij velen nog maar in de verbeelding of de herinnering: nu moet men van de huiselijke vulkachel spreken, als men zich niet te rhetorisch wil uitdrukken. Als verbeterde inrichting der openbare brandblussching heeft men in de tweede helft onzer eeuw in verschillende steden onder Duitschen naam eene brandweer ingevoerd, en woorden gemaakt als brandschel en brandkraan. Ook eene samenstelling als stoombrandspuit was met de zaak voor vijftig jaar nog onbekend, en lang zal het niet meer duren of niemand weet meer, wat “brandemmers” zijn.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lucifer vlamhoutje 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal